Caspar Chorus

Caspar Chorus

Werkt bij
Technische Universiteit Delft

Een korte kennismaking met...

Wetenschappelijke uitdagingen voor het KiM

De belangrijkste uitdaging vind ik dat mobiliteitsgedrag beter begrepen moet worden. In een samenleving als de onze, waarin burgers veel vrijheid hebben en de overheid relatief weinig instrumenten heeft om gedrag (bijvoorbeeld vertrektijdstipkeuzes) of technologische ontwikkelingen (bijvoorbeeld zelfrijdende auto’s) te sturen, is het cruciaal dat de keuzes en voorkeuren van reizigers begrepen worden. Geen goed transportbeleid zonder diepgaand begrip van mobiliteitsgedrag.
Meer specifiek moet gedragskennis veel meer zijn weg vinden naar (grootschalige) kwantitatieve modeltoepassingen: vaak is er een groot contrast tussen de subtiele gedragseffecten die aan de orde komen in kwalitatieve studies, en de vaak simplistische veronderstellingen die de basis vormen van wiskundige verkeersmodellen. Dat moet beter, willen we de effecten begrijpen van steeds subtieler wordend mobiliteitsbeleid op grootschalige verkeerspatronen. En het kan ook beter.  Onderzoek aan de TU Delft en andere universiteiten laat zien dat gedragsinzichten wel degelijk hand in hand kunnen gaan met effectieve wiskundige modeltoepassingen.

Onderzoek om trots op te zijn

Samen met collega’s uit binnen- en buitenland, waaronder vooral Sander van Cranenburgh, heb ik het concept van spijtminimalisatie vertaald in een operationeel wiskundig model van keuzegedrag. Inmiddels is dit ‘spijtmodel’ breed geaccepteerd als alternatieve benadering om (mobiliteits-)keuzegedrag te verklaren en voorspellen. Het is opgenomen in veelgebruikte softwarepakketten, wat leidt tot een snelle groei in vaak onverwachte toepassingen. Zo geeft het bijvoorbeeld voldoening om in de zaal te zitten tijdens een internationaal congres, wanneer een Deense antropologe uitlegt hoe ze het spijtmodel toepast om het gedrag van stropers in Tanzania te onderzoeken.

Affiniteit met KiM-kennislijnen

Mijn inbreng kan meerwaarde hebben voor met name de kennislijn 'Modellen en data'. De overige kennislijnen hebben elk een ongeveer even grote relatie met mijn onderzoek.

Positie en kern wetenschappelijk onderzoek

Ik ben hoogleraar ‘Choice behavior modeling’ aan de TU Delft. Kern van mijn onderzoek is het integreren van inzichten uit de gedragswetenschappen in wiskundige keuzemodellen. Het grootste deel van mijn onderzoek gaat over het mobiliteitsdomein. De komende jaren wil ik mij, samen met collega’s, storten op (het modelleren van) moreel keuzegedrag. Dit heeft grote relevantie voor (mobiliteits-)beleid, omdat de relatie tussen overheid en burger vaak een sterk morele dimensie heeft. Denk aan het al dan niet opvolgen van regels, het al dan niet willen zorgen voor minder bedeelden, het al dan niet willen bijdragen aan het grotere maatschappelijke nut.

Een beter begrip van moreel keuzegedrag zou moeten leiden tot een meer effectief en rechtvaardig (mobiliteits-)beleid. Denk bijvoorbeeld aan verkeersveiligheid zoals de keuze om door een woonerf scheuren, of zogenaamde ‘social routing’ initiatieven, waarbij reizigers wordt gevraagd hun routekeuzes aan te passen voor een betere prestatie van het transportnetwerk als geheel.

Wetenschappelijke achtergrond

  • Technische Bestuurskunde (MSc. TU Delft 2002),
  • Econometrie (propedeuse, Erasmus Universiteit Rotterdam 2001).
  • Gepromoveerd (2007) op een onderzoek naar het modelleren van de rol van reisinformatie in mobiliteitskeuzegedrag, onder begeleiding vanuit TU Delft en TU Eindhoven.