De laatste jaren neemt het e-fietsgebruik onder kinderen (6 tot en met 11 jaar) en jongeren (12 tot en met 17 jaar) relatief sterk toe. In 2024 gebruikt een kwart van de jongeren (25%) minimaal enkele keren per week een e-fiets. Kinderen doen dat waarschijnlijk vooral als passagier achter op een elektrische fiets of in een elektrische bakfiets. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) verkende op basis van literatuur en bestaande data wat er al bekend is over de ontwikkeling in e-fietsgebruik door kinderen en jongeren en de effecten hiervan op de thema's bereikbaarheid, duurzaamheid, gezondheid en verkeersveiligheid. De resultaten van deze verkenning staan in de notitie 'E-fietsgebruik door kinderen en jongeren'.
Jongeren (12 tot 17 jaar) fietsen met de elektrische fiets verder dan met de gewone fiets (gemiddeld 69% langere afstanden per rit). Een deel van de e-fietsritten door jongeren gaat over een afstand waarbij het de vraag is of zij deze ritten ook met de gewone fiets zouden maken. Bij 10% van de e-fietsritten in 2023 legden jongeren bijvoorbeeld meer dan 13 km af. Met de e-fiets lijken dus meer bestemmingen bereikbaar dan met de gewone fiets. We kunnen geen onderscheid maken tussen verschillende soorten e-fietsen, zoals elektrische stadsfietsen, bakfietsen of fatbikes.
Meer onderzoek nodig
Er is momenteel beperkt informatie beschikbaar om conclusies te trekken over positieve en negatieve effecten van het toenemende e-fietsgebruik onder kinderen en jongeren. Dat maakt het lastig om een afweging te maken of er specifiek beleid nodig is voor het e-fietsgebruik door deze groepen.
Een belangrijk punt waar nog weinig over bekend is voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), is het causale effect van de e-fiets op het reisgedrag van kinderen en jongeren. Dat betreft zowel directe effecten van het e-fietsgebruik (bijvoorbeeld effecten op het gebruik van andere vervoerwijzen of op de totaal afgelegde afstand), als de effecten op langere termijn (zoals effecten van e-fietsgebruik tijdens de jeugd op het reisgedrag als volwassene). Inzicht in die effecten zegt ook iets over bereikbaarheid, duurzaamheid en gezondheid.
Meest bekend over verkeersveiligheid
Over verkeersveiligheid is in vergelijking met andere thema's relatief veel te vinden in de literatuur. Daaruit blijkt onder meer dat 7 op de 10 jongeren op de e-fiets (wel eens) risicogedrag vertoont, zoals het fietsen met een koptelefoon op of fietsen op de stoep. Dit aandeel verschilt niet veel van jongeren op een gewone fiets. Tussen 2020 en 2024 nam het aantal jongeren dat de Spoedeisende Hulp (SEH) bezocht met aanzienlijk letsel na een e-fietsongeval sterker toe dan de afstand die jongeren aflegden op een e-fiets. Waardoor dit komt is (nog) onduidelijk. Wel geldt hierbij dat het aandeel van de e-fiets in alle SEH-bezoeken na een fietsongeval in recente jaren meer in lijn is met het aandeel e-fiets in de afgelegde fietsafstand dan in eerdere jaren. Daardoor bestaat het vermoeden dat een deel van de toename in SEH-bezoeken het gevolg is van een betere registratie van e-fietsgebruik bij een SEH-bezoek.