Extreem lage waterstanden op Nederlandse vaarwegen leiden niet alleen tot hogere transportkosten in de binnenvaart, maar werken ook door in logistieke ketens. Uit recent onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) blijkt dat sommige binnenvaartafhankelijke verladers tijdens de droogteperiodes van 2018 en 2022 extra kosten als gevolg van laagwater doorberekenden aan afnemers. Daarnaast schaalden sommige bedrijven hun productie enigszins af vanwege een verminderde aanvoer van grondstoffen en goederen. Het KiM heeft een sterke indicatie dat dit effect zich niet verder verspreidde in de keten. De interviews voor dit KiM-onderzoek zijn afgenomen voordat de droge zomer van 2026 aanbrak. De bevindingen berusten daarom volledig op de ervaringen met de laagwaterperioden in 2018 en 2022.

Maatregelen beperken potentieel grote verliezen

In periodes van laagwater nemen binnenvaartverladers en andere bedrijven in 
binnenvaartafhankelijke ketens verschillende maatregelen om hun productieprocessen gaande te houden, zoals het inhuren van extra schepen, extra wegvervoer en het uitbreiden van voorraadcapaciteit. Die maatregelen leiden enerzijds tot extra kosten, maar anderzijds juist tot het beperken van potentieel grote verliezen door verstoringen in die productieprocessen. Het KiM interviewde 9 bedrijven in de sectoren (agro)food, bouw, chemie, en containerlogistiek. Deze 4 sectoren zijn verantwoordelijk voor ongeveer 50% van de vervoersprestatie van de binnenvaart in Nederland. De bedrijven die direct afhankelijk zijn van de binnenvaart vangen de negatieve effecten van laagwater, zoals die zich voordeden in 2018 en 2022, grotendeels op voor de bedrijven die indirect afhankelijk zijn.

Extremer laagwater in de toekomst

Binnenvaartverladers en vervoerders verwachten dat hun afhankelijkheid van de binnenvaart voor vervoer van goederen en grondstoffen in de toekomst blijft. De kans op extreme droogte neemt echter steeds verder toe volgens klimaatscenario's. Binnenvaartverladers en vervoerders hebben het vertrouwen dat ze vergelijkbare periodes van laagwater aankunnen met maatregelen zoals schepen die met minder diepgang kunnen varen, terminals en winlocaties van grondstoffen aan minder laagwatergevoelige vaarwegen, gezamenlijke investeringen met klanten in opslagcapaciteit, en betere waterstandvoorspellingen. De vraag is of dat ook het geval is in een nog extremer laagwaterscenario dan in 2018 en 2022. In dat geval ontstaat mogelijk wel een kettingreactie van productieverliezen in ketens die afhankelijk zijn van de binnenvaart. Met het KiM-onderzoek kan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) haar rol bij het tegengaan van de effecten van droogte op binnenvaartafhankelijke ketens verder bepalen.

Laagwater in 2026

De interviews voor dit KiM-onderzoek zijn afgenomen voorafgaand aan de periode van laagwater in 2026. De bevindingen berusten daarom volledig op de ervaringen van binnenvaartafhankelijke bedrijven met de laagwaterperioden in 2018 en 2022. Het is echter mogelijk dat 2026 uitgroeit tot een extremer laagwaterjaar. Het KiM benadert eind 2026 de voor het onderzoek geïnterviewde bedrijven opnieuw om ze te vragen of ze dit jaar anders zijn omgegaan met de omstandigheden dan in 2018 en 2022.