De mobiliteitshub: een kansrijk maar complex beleidsinstrument

Mobiliteitshubs zijn fysieke schakels tussen vervoersmodaliteiten, die naast hun mobiliteitsfunctie ook als concentratiepunt voor ruimtelijke ontwikkeling kunnen dienen. Ze kunnen bijdragen aan verschillende beleidsdoelen. Bijvoorbeeld aan het autoluw maken van steden of aan het behoud en verbeteren van de bereikbaarheid in krimpgebieden. Het concept staat sinds enkele jaren sterk in de belangstelling bij beleidsmakers, vervoerbedrijven en andere stakeholders, maar is nog in ontwikkeling en wordt op verschillende manieren geïnterpreteerd. Bovendien vergt de ontwikkeling van hubs afstemming met een groot aantal andere beleidsinstrumenten, zo concluderen onderzoekers  van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in het rapport 'Verkenning van het concept mobiliteitshub'.

De rijksoverheid kan bij de ontwikkeling van hubs diverse rollen spelen. Namelijk als regisseur, financier, en als launching customer, stellen de onderzoekers in hun rapport.

Hub Gieten
Beeld: OV-Bureau Groningen Drenthe

Waartoe dient een mobiliteitshub?

Mobiliteitshubs zijn bedoeld voor personenvervoer, goederenvervoer of een combinatie daarvan. Hubs bestaan, in de praktijk of in concept, op verschillende schaalniveaus: het niveau van een woonwijk (buurthub en wijkhub), van een stad of stadsrand, een regio, of een (inter)nationaal knooppunt zoals een internationaal treinstation, een luchthaven of zeehaven. Hubs verschillen ook in de vervoersdiensten die er aangeboden worden. Dit kan een overstap naar een ander vervoermiddel zijn maar ook toegang tot deelmobiliteit (bijvoorbeeld deelauto’s of deelfietsen) en lichte elektrische vrachtvoertuigen (LEVV). Daarnaast verschillen hubs in de niet-mobiliteit gerelateerde diensten die aangeboden worden, van een ontmoetingsplek voor de buurt tot een grootschalige concentratie van wonen, werken en voorzieningen.

Toegevoegde waarde

Het hubconcept is niet volledig nieuw. Eerder zijn in Nederland al vergelijkbare concepten gebruikt zoals Park-and-Ride, stadsdistributiecentra en Nieuwe Sleutelprojecten. Maar de mobiliteitshub heeft toegevoegde waarde omdat de hub helpt om ruimtelijke en mobiliteit gerelateerde opgaven nog meer integraal te benaderen. In het hubconcept komen elkaar versterkende functies samen. Belangrijke functies zijn: 

  • het verlagen van de overstapweerstand bij multimodaal personen- en goederenvervoer.
  • het faciliteren van bundeling van dunne vervoerstromen en clustering van voorzieningen.
  • het faciliteren van deelmobiliteit en elektrificatie.

De opkomst van Mobility-as-a-Service (MaaS), deelmobiliteit en vraagafhankelijk openbaar vervoer (ov), evenals een meer integrale benadering van mobiliteitsbeleid die de afzonderlijk modaliteiten overstijgt (denk aan het mobiliteitsfonds), leidt mogelijk tot een grotere meerwaarde van de mobiliteitshub dan de eerder ontwikkelde vormen van overstap- en overslagplaatsen. 
 

Succes- en faalfactoren

Het ontwikkelen van mobiliteitshubs is bij voorkeur onderdeel van een breder beleidspakket. Hierbij fungeren de diensten die op een hub aangeboden worden als de ‘wortel’ die tot maatschappelijk wenselijke mobiliteitskeuzes kan verleiden. Ervaringen uit het verleden leren dat dit op zichzelf onvoldoende is om gedragsverandering te bewerkstelligen. Daarvoor is ook het ontmoedigen van maatschappelijk onwenselijke keuzes nodig, bijvoorbeeld via parkeerbeleid (personenvervoer) en toegangsbeleid tot de stad (goederenvervoer). Andere succesfactoren voor hubs zijn de afstemming tussen de ontwikkeling van hubs op verschillende schaalniveaus en het gebruik van uniforme beeldmerken zodat het systeem voor gebruikers overzichtelijk is. Een afstemming met de ontwikkeling van MaaS-applicaties is eveneens van belang.

Rol rijksoverheid

De rijksoverheid kan bij de ontwikkeling van mobiliteitshubs verschillende rollen spelen: die van regisseur, financier en launching customer. Een regisseursrol kan wenselijk zijn omdat hubvisies claims leggen op schaarse ruimte die vaak publiek eigendom is of waar publieke belangen in het geding zijn, zoals bijvoorbeeld aan stedelijke ringwegen. Verder vereist een hub complexe planning en coördinatie tussen het grote aantal stakeholders dat bij de ontwikkeling van een hub betrokken is. Dit geldt ook voor de afstemming met andere beleidsinstrumenten die van invloed zijn op het functioneren van mobiliteitshubs. In gevallen waar er wel een sterke maatschappelijke businesscase is, maar private partijen tegengehouden worden door de complexiteit en een gebrek aan bestaande voorbeelden, kunnen overheden ook een rol als financier op zich nemen om vernieuwing te stimuleren. En als afnemer van logistieke diensten kan het Rijk zich opstellen als launching customer om het gebruik van hubs te stimuleren.