Keuzes over waar welke nieuwe woningen gebouwd worden kunnen forse verschillen teweegbrengen in hoe de nieuwe bewoners van en naar hun werk reizen. Afhankelijk van de kenmerken van de woning en de locatie verhuizen diverse soorten huishoudens naar de nieuwe woning. Deze verschillen in huishoudens werken door in hun woon-werkreisgedrag. De locatie van nieuwbouwwoningen heeft daarbij meer invloed op het reisgedrag dan het woningtype. De noodzaak om het mobiliteitsperspectief vroegtijdig mee te nemen in beslissingen over woningbouw en verstedelijking wordt hiermee onderstreept. Dit concluderen onderzoekers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in de publicatie 'Van woning naar werk: de invloed van woningbouw op woon-werkverkeer'.
Beeld: © ANP
Gouda: woonwijk in aanbouw
Woningbouw en mobiliteit hangen nauw samen
Nederland staat voor een forse woningbouwopgave. Het Rijk zet in op de bouw van zo'n 1,65 miljoen extra woningen tot 2050. Een vraag die daarbij centraal staat voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW): welke mobiliteit brengen al die nieuwe woningen met zich mee? Woon-werkverkeer legt immers een grote druk op vervoersnetwerken en die druk hangt sterk af van wat voor woning op welke locatie gebouwd wordt.
Locatie doet er meer toe dan woningtype
Uit het KiM-onderzoek blijkt dat de locatie van een woning de belangrijkste factor is voor het woon-werkgedrag van bewoners. Bewoners van niet-stedelijke gemeenten leggen zo'n 20% meer autokilometers af voor woon-werkverkeer dan bewoners van grootstedelijke gebieden. Hoe dichter bebouwd de woonomgeving is, hoe vaker bewoners de fiets of het ov pakken. Ook de nabijheid van een treinstation en de aanwezigheid van betaald parkeren spelen een rol: ze zorgen voor meer ov-gebruik.
Het type nieuwbouwwoning is ook van invloed op het woon-werkverkeer van de bewoners. Bewoners van appartementen bezitten zo'n 25% minder auto's dan bewoners van vrijstaande woningen, en huurders 20% minder dan kopers. Het lagere autobezit vertaalt zich in minder autokilometers en meer ov-gebruik. Al met al zorgt de woonlocatie voor een groter effect op de mobiliteit dan de effecten van het woningtype.
Nieuwbouwbewoners leggen bovendien gemiddeld 10 tot 15% meer woon-werkkilometers af dan bewoners van vergelijkbare bestaande woningen, zowel per auto als per ov. Dit hangt samen met het bewonersprofiel: bewoners van nieuwbouw zijn vaker theoretisch opgeleid en pendelen vaker over langere afstanden.
Kansen voor beleid: mobiliteit vroeg meewegen
De resultaten van het KiM-onderzoek kunnen het ministerie van IenW helpen om het mobiliteitsperspectief vroegtijdig in de woningbouwdiscussie in te brengen. Door bij keuzes over locatie en soorten woningen rekening te houden met hoe mensen zich gaan verplaatsen, wordt duidelijker waar mogelijk extra infrastructuur nodig is. Ook kan woningbouw zo helpen om de vraag naar mobiliteit juist te verminderen.