Het aantal studenten is de afgelopen jaren afgenomen, net als de reisafstand die zij gemiddeld in Nederland aflegden. Toch vormen studenten nog steeds een grote groep reizigers in Nederland. Een aanzienlijk deel van de ov-reizigers is student, ook in de spits. Dit concluderen onderzoekers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in de publicatie 'De student als reiziger: over het reisgedrag, bijbehorende uitdagingen en mogelijke handelingsperspectieven ter verbetering'.
De 1,3 miljoen studenten op het mbo, hbo en wo in Nederland reizen gemiddeld 35 á 40 kilometer per dag; iets meer dan de gemiddelde Nederlander. Ongeveer een derde daarvan is voor onderwijsdoeleinden, zo blijkt uit het KiM-onderzoek. Studenten reizen in de ochtendspits vaak voor onderwijs, terwijl zij in de middag en avond ook regelmatig voor andere doeleinden onderweg zijn, zoals het bezoeken van vrienden of de supermarkt.
Beeld: © ANP
Het reisgedrag is divers
Het aandeel studenten dat nog thuis woont verschilt sterk naar type onderwijs (mbo: 80%, hbo: 60%, wo: bijna 40% thuiswonend). Uitwonende hbo- en wo-studenten lopen en fietsen meer, en maken minder gebruik van de auto. Het kleine deel mbo-studenten dat uitwonend is, pakt juist vaker de auto dan thuiswonende mbo-studenten.
Vooral hbo- en wo-studenten reizen minder vaak naar studielocatie
Vooral hbo- en wo-studenten reizen minder vaak naar studielocatie
Studenten legden in 2022/'23 gemiddeld per dag 10 á 15% minder afstand af dan in 2018/'19; een afname die ook te zien is bij de gemiddelde Nederlander. Voor onderwijs is de gemiddelde afgelegde afstand in die periode afgenomen met 10 tot 25%. Vooral hbo- en wo-studenten reisden minder vaak naar hun studielocatie. In die periode is het aandeel openbaar vervoer in de door studenten afgelegde afstand afgenomen, terwijl het aandeel van de auto en de e-fiets juist groter is geworden. Het studentenreisproduct waarmee studenten vrij kunnen reizen speelt een belangrijke factor in hun mobiliteitsgedrag. Ongeveer 1 op de 3 studenten heeft overigens geen studentenreisproduct. Zij maken veel meer gebruik van de auto en minder van het openbaar vervoer.
Minder studenten kan leiden tot minder bereikbaarheid per ov
Naast het reizen in de spits, noemen de voor het KiM-onderzoek bevraagde studenten, onderwijsinstellingen, gemeenten en bereikbaarheidsorganisaties ook andere uitdagingen die raken aan de bereikbaarheid van onderwijs. Vooral in landelijke gebieden is het soms lastig om zowel het openbaar vervoer als het aantal onderwijsvestigingen in stand te houden. De combinatie van minder ov-gebruik per student en afnemende studentenaantallen kan dit effect versterken.
Reisgedrag van scholieren
De 2,4 miljoen scholieren in het basis- en voorgezet onderwijs vormen tevens een omvangrijke groep reizigers. Hun reisgedrag is onderzocht in de notitie 'Scholieren op pad: een verkenning van het reisgedrag van scholieren en de bereikbaarheid van basis- en voortgezet onderwijs'.