Weblog

Blog: Hoogbejaarde spookrijders en spookbeelden

In april 2016 reed een 87-jarige chauffeur, in het bezit van een geldig rijbewijs en in goede gezondheid, niet de oprit maar de afrit van de A79 op. Vervolgens reed hij zeven kilometer lang tegen het verkeer in tot hij frontaal op een auto botste. Het ongeluk eiste drie levens. Niet alleen de spookrijder zelf kwam om het leven, ook de chauffeur van de andere auto, een 39-jarige moeder, en een kind van drie. Een dochter van negen en een zoon van zeven jaar liepen zware verwondingen op.

In de stroom artikelen en ingezonden brieven die naar aanleiding van het ongeval op gang kwam, namen mensen uiteenlopende posities in. Sommigen vonden dat het rijbewijs van hoogbejaarde automobilisten (de 80-plussers) na een ongeval direct moest worden ingenomen, een ‘staakt-het-sturen’. Anderen hielden een pleidooi voor een jaarlijkse ‘APK voor automobilisten’. Iedere hoogbejaarde chauffeur zou jaarlijks door een onafhankelijke partij streng moeten worden gekeurd. Anderen vonden de commotie overdreven. Ouderen zijn helemaal niet vaker de oorzaak van ongevallen, ze zijn, zoals de ouderenbond ANBO opmerkte, eerder slachtoffer. Dit roept een interessante vraag op: zijn hoogbejaarde automobilisten ‘een gevaar op de weg’ (voor anderen) of zijn ze vooral slachtoffer en ‘een gevaar voor zichzelf’? En hoe verhoudt zich dat tot andere leeftijdsgroepen?

Vief en actief of wegkwijnen achter de geraniums?

Het risico om bij een ongeval te overlijden of ernstig gewond te raken hangt van veel factoren af, zoals de aard van het ongeval, het voertuig en de betrokken bestuurders. Een ongeval met hoge snelheid zal ernstiger gevolgen hebben dan een ongeval met lage snelheid. Verder maakt het uit of je in een moderne, veilige auto rijdt of in een oude, minder veilige. Ook zullen de gevolgen voor een kwetsbare bestuurder ernstiger zijn dan voor iemand die in de kracht van zijn leven is. Uit diverse studies blijkt dat ouderen, die door hun leeftijd kwetsbaarder zijn, een grotere kans hebben om bij een ongeval ernstig gewond te raken of zelfs te overlijden. Dat geldt echter niet voor iedereen. Ouderen zijn geen homogene groep autobestuurders. De één is weliswaar 80 jaar oud maar nog vief en actief, de ander kwijnt weg achter de geraniums.

Ouderen in het verkeer lopen meer risico

Ouderen zijn oververtegenwoordigd onder de verkeersdoden. Bijna de helft van alle verkeersdoden is 60-plusser. Inzittenden van een personenauto die verongelukken, zijn in ruim een derde van de gevallen 60-plus. Ouderen hebben bovendien een grotere kans op ernstig letsel. Hun risico’s in het verkeer nemen toe door beperkingen die samenhangen met hun leeftijd – afnemende motorische functies, minder spierkracht, visuele beperkingen – en doordat ze vaker binnen de bebouwde kom rijden. In de stad zijn de wegsituaties, zoals kruispunten, complexer en er zijn meer soorten weggebruikers, zoals voetgangers, fietsers en brommers.

Daar tegenover staat de rijervaring die ouderen in hun rijcarrière hebben opgedaan. Deze heeft een positief effect op hun veiligheid. Ouderen die relatief veel rijden (meer dan 3.000 kilometer per jaar) hebben een lager risico op een ongeval dan degenen die minder kilometers maken. Verder nemen ouderen voorzorgsmaatregelen, waardoor hun veiligheid toeneemt. Ze rijden minder vaak in het donker, ze kiezen rustiger momenten, ze vermijden slecht weer, rijden vaker in een bekende omgeving en doen dat, vanwege hun lagere reactiesnelheid, met lagere snelheden.

Zijn hoogbejaarde chauffeurs een groter risico voor hun omgeving?

Wanneer we afgaan op krantenkoppen, blogs en ingezonden brieven, lijkt de situatie dramatisch. De ene na de andere 80-jarige zou een dodelijk ongeval veroorzaken. Maar wat zeggen de cijfers?

Grafiek Het aantal doden per miljard kilometer onder de automobilisten die het ongeval veroorzaakten en bij de tegenpartij, naar leeftijd van de veroorzaker (over de periode 2011-2015). Analyse KiM op basis van BRON (ongevallenregistratie).

Figuur 1 Het aantal doden per miljard kilometer onder de automobilisten die het ongeval veroorzaakten en bij de tegenpartij, naar leeftijd van de veroorzaker (over de periode 2011-2015). Analyse KiM op basis van BRON (ongevallenregistratie).

De veroorzaker

De verkeersongevallendata kennen grote omissies en we moeten dus enige slagen om de arm houden, maar als we kijken naar de leeftijd van de automobilist die het ongeval heeft veroorzaakt, valt een paar zaken op. Vanaf 70 jaar is het aantal verongelukte automobilisten per miljard gereden kilometer bovengemiddeld groot (zie figuur 1). Van de automobilisten in de leeftijdsgroep 75-79 jaar komen er, voor elke miljard kilometer die zij rijden, ruim vijf om als veroorzaker van een ongeval. Dit is evenveel als onder de groep jongste bestuurders (18-24 jaar). Van de hoogbejaarde automobilisten, de 80-plussers, verongelukken er, per miljard kilometer die ze rijden, ruim vijftien als veroorzaker van een ongeval. Dat aantal is veel hoger dan voor andere leeftijdsgroepen.

De ‘tegenpartij’

Bij sommige ongevallen zijn behalve de auto van de veroorzaker ook een of meer andere voertuigen of voetgangers betrokken. Deze noemen we voor het gemak de ‘tegenpartij’. Figuur 1 laat ook zien dat de kans om als tegenpartij te overlijden relatief hoog is bij ongevallen die zijn veroorzaakt door 18-24-jarige automobilisten. Voor elke miljard kilometer die zij rijden, vallen bijna drie doden bij de tegenpartij. De jonge chauffeur is per gereden kilometer een groter gevaar op de weg voor anderen dan bijvoorbeeld de 60-80-jarige chauffeur. Dat komt omdat jongeren minder rijervaring hebben en gevoeliger zijn voor hun sociale omgeving (ze laten zich eerder opjutten en stunten meer). Daarnaast rijden ze eerder te hard en spelen alcohol, drugs en afleiding een rol. De cijfers laten echter ook zien dat de kans dat de hoogbejaarde (80-plus) automobilist doden bij de tegenpartij veroorzaakt, het allergrootst is.

Weinigrijders

De groep 18-24-jarigen verdient speciale aandacht. De 80-plussers zijn per gereden kilometer weliswaar ‘dodelijker’ dan 18-24-jarigen, maar ze rijden relatief weinig. Het aantal bestuurders in de leeftijdsgroep 18-24 jaar dat dodelijk verongelukte in een ongeluk dat ze zelf hadden veroorzaakt, was in de periode 2011-2015 ruim drie keer zo hoog als onder bestuurders in de leeftijdsgroep 80-plus (zie figuur 2). Onder de tegenpartij veroorzaken 18-24-jarige automobilisten zelfs vijf keer meer doden dan hoogbejaarde automobilisten.

Grafiek Het jaarlijks aantal doden onder automobilisten die het ongeval veroorzaakten en bij de tegenpartij, naar leeftijd van de veroorzaker (gemiddeld over de periode 2011-2015). Analyse KiM op basis van BRON (ongevallenregistratie).

Figuur 2 Het jaarlijks aantal doden onder automobilisten die het ongeval veroorzaakten en bij de tegenpartij, naar leeftijd van de veroorzaker (gemiddeld over de periode 2011-2015). Analyse KiM op basis van BRON (ongevallenregistratie).

Spookrijders en spookbeelden

Soms zijn hoogbejaarde automobilisten (van 80 jaar en ouder) veroorzaker van een dodelijk ongeval, zoals de spookrijdende heer op de A79. Is deze groep een gevaar op de weg? Het antwoord ligt genuanceerd. De kans dat 80-plussers zelf bij een door hun veroorzaakt ongeval om het leven komen of dat anderen daardoor overlijden, is het hoogst per gereden kilometer. Ze zijn echter meer ‘een gevaar voor zichzelf’ dan ‘een gevaar voor de ander’. De situatie voor jongeren (18-24 jaar) is in feite problematischer. Er komen drie keer meer jongeren dan 80-plussers om als veroorzaker van een dodelijk ongeval, en bij de tegenpartij veroorzaken jongeren vijf keer zo veel doden. Alle krantenkoppen, blogs en ingezonden brieven met aandacht voor hoogbejaarde brokkenmakers zorgen mogelijk voor een vertekend beeld.

Deze blog is in vrijwel dezelfde vorm verschenen in ‘KiM keurt…’, een jubileumuitgave ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het KiM.