Weblog

Ommelandse reizen

In Nederland ligt veel nadruk op stedelijke gebieden en de bijbehorende verkeers- en vervoersproblemen. En dan vooral files. Minder aandacht is er voor gebieden buiten de stad: het ommeland. Als geboren en getogen Ommelander vind ik dit jammer. Sinds vorig jaar bekleed ik de leerstoel Transportgeografie aan de Rijkuniversiteit Groningen. Dit doe ik naast mijn werk bij het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Binnen mijn leerstoel houd ik me bezig met het boeiende onderzoek naar bereikbaarheid en de mobiliteit van het mooie ommeland.

Polder Zaandam

Vanzelfsprekend is het belangrijk om onderzoek te doen naar de bereikbaarheid van steden. Maar doen we daarmee voldoende recht aan gebieden daarbuiten, waar bijna 5 miljoen Nederlanders wonen? In het ommeland is de afstand tot veel dagelijkse voorzieningen, zoals supermarkt, bakker, slager of groentewinkel, beduidend groter. Dat is helemaal zo wanneer de plaats afgelegen ligt. Binnen een straal van 3 kilometer kan een stedeling uit 12 supermarkten kiezen, een bewoner van een groot dorp uit bijna 4, terwijl een inwoner van een klein dorp meestal is aangewezen op slechts 1 supermarkt. Die is tegelijkertijd vaak klein en duur, waardoor de dichtstbijzijnde supermarkt zeker niet altijd de voorkeur geniet.

Krimp en leegloop

Door schaalvergroting en bevolkingskrimp kan de bereikbaarheid van voorzieningen verder onder druk komen te staan. Ik groeide op in het Groningse dorp Grijpskerk. Daardoor weet ik dat gezinnen met jonge kinderen veel met de auto onderweg zijn voor werk, school, sport, zwemlessen, verjaardagsvisites en boodschappen. In mijn geboorteplaats Delfzijl zag ik hoe voorzieningen door de bevolkingsafname steeds moeilijker in stand te houden waren. Mijn basisschool 'De Noorderkroon' is inmiddels verdwenen. Ook in kleine dorpen staan voorzieningen onder druk. Supermarkten en basisscholen moeten daar steeds vaker hun deuren sluiten. De afstanden tot voorzieningen nemen toe en de leefbaarheid neemt af.

In de recente KiM-publicatie “Bevolkingsdaling en de effecten op de bereikbaarheid en de mobiliteit in Nederland” vonden we dat effect terug: tussen 2008 en 2015 groeide in krimpgebieden in het ommeland de afstand tot voorzieningen harder dan in overige delen van het land. Dit geldt vooral voor de afstand tot supermarkten, dagelijkse winkelvoorzieningen en basisscholen. De totale mobiliteit in de krimpgebieden nam beperkt toe, terwijl deze in de groeigebieden, zowel binnen als buiten de stad, juist licht daalde.

Hoe het is en hoe het voelt

De prangende vraag is natuurlijk hoe erg het is dat afstanden tot voorzieningen toenemen. Beïnvloedt het de leefbaarheid en het welzijn op een negatieve manier? Het is mijn overtuiging dat de perceptie van bereikbaarheid van voorzieningen veel bepalender is dan de 'objectief' gemeten afstand of reistijd. Toch weten we nog vrij weinig over hoe de bereikbaarheid in het ommeland wordt beleefd en of er verschillen zijn tussen gebieden waar de bevolkingsomvang krimpt of groeit. Eerste tekenen dat percepties van bereikbaarheid relevant zijn kwamen al wel naar voren in het in opdracht van het KiM uitgevoerde onderzoek “Mobiliteitsarmoede in de provincie Zeeland” eerder dit jaar.

Generaties en gebieden

Binnen het KiM en in mijn leerstoel wil ik de komende jaren samen met mijn collega's meer inzicht krijgen in de perceptie van bereikbaarheid en hoe deze varieert voor verschillende bewoners en gebieden. Dit geeft een beeld welk type bewoners, zoals ouderen of juist jongeren, een probleem ervaart en hoe dit verschilt tussen regio's. Denk aan ruimtelijke en culturele verschillen tussen en binnen rurale gebieden in bijvoorbeeld Groningen, Zeeland, Limburg of de Achterhoek. Hierbij leggen we een relatie met mobiliteitsarmoede en ervaren leefbaarheid.

Zoeken naar oplossingen

Daarnaast wil ik specifiek kijken naar de rol van slimme en innovatieve mobiliteitsoplossingen in het verbeteren van de bereikbaarheid. Denk aan Mobility-as-a-Service-concepten in dunbevolkte gebieden, aan de rol van de elektrische fiets in het overbruggen van grotere afstanden en zelfs aan zelfrijdende busjes in het voor- en natransport. Met dergelijke busjes wordt al op meerdere plekken geëxperimenteerd. Onderzoek moet uitwijzen in hoeverre deze op papier interessante mogelijkheden aansluiten bij de behoefte van reizigers. En ook in hoeverre ze werken in meer dunbevolkte gebieden buiten de stad waar minder vraag is naar vervoer. Het ziet er echter naar uit dat deze oplossingen heel wat spreekwoordelijke 'ommelandse reizen' kunnen voorkomen.