Weblog

Woon-werkverkeer in beweging

Als steeds meer werkenden in steden gaan wonen en bedrijvigheid zich meer in steden vestigt, dan krijgen we daar (als we niets doen) drukker verkeer en zullen veel mensen een langere reistijd hebben van huis naar werk. Dergelijke effecten kunnen we wellicht vóór zijn, door nu al te kijken hoe ontwikkelingen op de woning- en arbeidsmarkt het woon-werkverkeer de komende jaren kunnen beïnvloeden.

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) onderzocht 22 ontwikkelingen op de arbeids- en woningmarkt. Daarbij was de vraag wat voor effect ze kunnen hebben op het woon-werkverkeer. Bijvoorbeeld: neemt het aantal woon-werkverplaatsingen naar verwachting toe, af of blijft het gelijk? En hoe zit het met de gemiddelde reisafstand, de reistijd en het aandeel autogebruik?

Hoe hoger opgeleid, hoe verder mensen reizen naar hun werk

Voorbeelden van ontwikkelingen op de arbeids- en woningmarkt waarvan we denken dat ze de komende jaren effect zullen hebben op het woon-werkverkeer, zijn:

  • Flexibilisering van de arbeidsmarkt (oftewel steeds meer flexibele arbeidsconstructies);
  • Tijd- en plaatsonafhankelijk werken;
  • Toenemend opleidingsniveau van werkenden;
  • Toename van het aantal migranten op de arbeidsmarkt;
  • Verstedelijking.

Op welk aspect van het woon-werkverkeer, zoals het aantal verplaatsingen of de reistijd, ze effect hebben, verschilt per ontwikkeling. Van hoger opgeleiden is bijvoorbeeld bekend dat ze verder reizen tussen de woon- en werklocatie dan lager opgeleiden. Het feit dat het opleidingsniveau van werkenden steeds verder toeneemt, kan daarom als effect hebben dat de gemiddelde afstand en reistijd van huis naar werk toenemen. Tegelijk gebruiken hoger opgeleiden vaker een ander vervoermiddel dan de auto om naar het werk te gaan, zodat het aandeel autogebruik mogelijk daalt.

Microwoningen en groei van aantal deeltijdbanen hebben beperkt effect

Ook automatisering op de werkvloer en de huidige krapte op de arbeids- en woningmarkt hebben effect op het woon-werkverkeer. Zo betekent krapte op de arbeidsmarkt méér woon-werkverplaatsingen, omdat er meer mensen aan het werk zijn. Het is bij deze drie ontwikkelingen echter minder goed te zeggen wat hun effect de komende jaren is. Blijven de kraptes bestaan? En wat betekent automatisering voor het aantal en type banen?

Van een laatste groep onderzochte trends verwachten we de komende jaren geen of slechts beperkt effect op het woon-werkverkeer. Dat komt omdat de ontwikkeling maar beperkt doorzet of alleen op lokale schaal, ofwel omdat de relatie met het woon-werkverkeer klein lijkt. Voorbeelden hiervan zijn de groei van het aantal microwoningen (‘tiny houses’), afname van het aantal verhuizingen en toename van het aantal grote deeltijdbanen.

Verbetering van verkeersmodellen

In het rapport geven we een onderbouwde kwalitatieve inschatting van de relatie tussen ontwikkelingen op de arbeids- en woningmarkt en woon-werkverkeer voor de komende tien jaar. Maar uiteraard bieden resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst. We laten daarom zien wat er in de literatuur wel en niet bekend is en geven aanknopingspunten voor toekomstig onderzoek. Inzichten uit het rapport kunnen ook helpen om verkeersmodellen te verbeteren. In die modellen wordt al enigszins rekening gehouden met de arbeids- en woningmarkt, maar dit kan nog nauwkeuriger.

Toekomstige mobiliteitsknelpunten vóór zijn

En hoe kunnen beleidsmakers inspelen op de ontwikkelingen, om zo toekomstige mobiliteitsproblemen vóór te blijven? Van de 22 onderzochte ontwikkelingen vallen alleen ‘tijd- en plaatsonafhankelijker werken’ en ‘duurzamer mobiliteitsmanagement’ onder het beleidsterrein van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). IenW kan hierop invloed uitoefenen. Bijvoorbeeld door werkgevers te stimuleren om het openbaarvervoergebruik onder werknemers te bevorderen.  

Op de meeste bestudeerde ontwikkelingen is de rechtstreekse invloed van IenW echter beperkt. Wel kan IenW hierover afspraken maken met andere ministeries, zoals Economische Zaken, Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken. Bijvoorbeeld om te kijken naar het gevolg van stijgende huizenprijzen in de stad voor de bereikbaarheid van werk. Door stijgende huizenprijzen moeten groepen werkenden uitwijken naar de stadsranden, met als mogelijk gevolg dat ze hun werk minder makkelijk kunnen bereiken. Ook kunnen ministeries samen zoeken naar creatieve oplossingen die knelpunten in het woon-werkverkeer verminderen. Denk aan plaatsing van microwoningen naast werklocaties. Maar of ‘wakker worden naast je werk’ iedereen zal bekoren…?