Kennislijnen: de basis van ons werk

Om duidelijk te maken welke kennis we in huis hebben, hebben we kennislijnen ontwikkeld.  In een kennislijn worden alle activiteiten zoals onderzoek, Kennis-aan-tafel en losse vragen rondom een onderwerp gebundeld. Zo structureren we ons werk met de kennislijnen.

De kennislijnen worden aangestuurd door drie kennislijnmanagers: Arjen ’t Hoen, Sascha Hoogendoorn-Lanser en Pauline Wortelboer-van Donselaar. We werken met 6 kennislijnen. Dit zijn:

Kennislijn 1: Mobiliteit, bereikbaarheid en ruimte (Arjen ’t Hoen)

In de kennislijn Mobiliteit, bereikbaarheid en ruimte richten we ons op de beschrijving en verklaring van nationale en internationale ontwikkelingen in mobiliteit en transport. Ook beschrijven en verklaren we de gevolgen voor bereikbaarheid. We kijken terug om de ontwikkelingen in mobiliteit en bereikbaarheid te verklaren aan de hand van maatschappelijke ontwikkelingen en ingevoerde beleidmaatregelen.

Daarnaast kijken we vooruit  door verkenningen voor de middellange en lange termijn op te stellen en door effecten op bereikbaarheid van specifieke beleidsopties te schatten. We besteden ook aandacht aan de relatie tussen ontwikkelingen in mobiliteit en bereikbaarheid en ruimtelijke ontwikkelingen.

Kennislijn 2: Mobiliteit van groepen (Sascha Hoogendoorn-Lanser)

In deze kennislijn richten we op ons op de mobiliteit van afzonderlijke groepen. Mobiliteitsgedrag verschilt tussen groepen in de samenleving. Voorbeelden zijn de verschillen tussen ouderen en jongeren en de verschillen tussen inwoners van meer en minder verstedelijkte gebieden. We beschrijven en verklaren deze verschillen. Dit levert belangrijke informatie op voor de beleidsontwikkeling omdat we hiermee kunnen bepalen of beleidsinstrumenten voor bepaalde groepen effectief zijn of niet.

Kennislijn 3: Duurzame mobiliteit, veiligheid en transitie (Arjen ’t Hoen)

In deze kennislijn richten we ons op duurzame mobiliteit en op veiligheidsaspecten die met mobiliteit te maken hebben. Het gaat hierbij zowel om de gevolgen voor leefbaarheid en veiligheid van het huidige mobiliteitssysteem als om scenario’s voor een duurzamer en veiliger mobiliteitsysteem in de toekomst. We besteden veel aandacht aan het transitieproces: hoe ziet een duurzaam en veilig mobiliteitssysteem er uit, wat zijn knelpunten en welke beleidsaangrijpingspunten zijn er om deze transities te bevorderen?

Kennislijn 4: Modellen en data (Sascha Hoogendoorn-Lanser)

In kennislijn 4 staan data en modellen op het gebied van personenmobiliteit en goederenvervoer centraal. We verzamelen en beheren zelf data en denken mee met de vernieuwing van dataverzameling van derden, voor zover relevant voor het beleid van IenM. We denken mee over de behoeften en eisen aan modellen en ontwikkelen in beperkte mate ook zelf modellen. Daarnaast ontwikkelen we beleidsindicatoren. Hiermee kunnen we de beleidsdoelen van IenM monitoren. Een voorbeeld is de bereikbaarheidsindicator.

Kennislijn 5: Maatschappelijk belang, rol van de overheid en marktordening (Pauline Wortelboer-van Donselaar)

In deze kennislijn richten we ons op het belang van mobiliteit, transport en infrastructuur voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Nederland. Het accent ligt daarbij op de betekenis van de mainports en andere knooppunten. We analyseren de  mogelijkheden van de overheid om dit belang te behouden en uit te bouwen. We gaan na wat effectieve en efficiënte verhoudingen tussen overheid en markt in de verschillende sectoren (weg, regionaal openbaar vervoer, spoor, binnenvaart, zeevaart, luchtvaart) zijn. Ook houden we ons bezig met de vraag hoe bestuurlijke verhoudingen tussen overheidslagen op een effectieve en efficiënte manier zijn vorm te geven.

Kennislijn 6: Beleidsevaluaties en afwegingskaders (Pauline Wortelboer-van Donselaar)

In kennislijn 6 richten we ons  zich op evaluaties van de effectiviteit en efficiency van beleidsinstrumenten. Dit doen we zowel voordat beleid is ingevoerd als nadat beleid is ingevoerd. Een belangrijk element is de verdieping en verbreding van de methodiek voor maatschappelijke kosten-batenanalyses, met aandacht voor de economische en de bestuurskundige invalshoek. Het KiM adviseert beleidsdirecties over de uitvoering van evaluaties, voert zelf evaluaties uit en toetst door andere partijen opgestelde evaluaties.