Uitstel van vernieuwing van wegprojecten kan leiden tot aanzienlijke maatschappelijke kosten voor de weggebruiker. Deze kosten zijn veel hoger bij het volledig afsluiten van een weg, dan bij een rijstrooksluiting, vrachtwagenverbod of snelheidsverlaging. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) maakte een inschatting van maatschappelijke kosten voor weggebruikers van 8 instandhoudingsprojecten in Nederland. Dit onderzoek is gedaan in het kader van de herprioritering van infraprojecten, waarvan de resultaten op vrijdag 16 oktober 2026 door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) naar de Tweede Kamer zijn gestuurd. 

Beeld: © ANP

De Haringvlietbrug

Veel viaducten, bruggen en tunnels in Nederland zijn aan vernieuwing toe. Als noodzakelijk onderhoud of vernieuwing niet tijdig gebeurt, is het soms noodzakelijk om gebruiksbeperkingen in te stellen. Deze beperkingen leiden tot maatschappelijke kosten voor weggebruikers in de vorm van tijdverlies, het moeten omrijden en vanwege de onbetrouwbaarheid. Het KiM becijferde dat deze maatschappelijke kosten voor weggebruikers bij een volledige afsluiting van een viaduct, brug of tunnel kunnen oplopen tot 62 miljoen euro per maand. Bij een snelheidsbeperking (tot 0,6 miljoen euro per maand), rijstrookafsluiting (tot 5,1 miljoen euro per maand) of vrachtwagenverbod (tot 7,4 miljoen euro per maand) zijn de kosten aanzienlijk minder hoog.

Forse impact, maar nog geen compleet beeld

Met dit onderzoek ontstaat beter zicht op de impact van verschillende typen gebruiksbeperkingen op de infrastructuur voor de weggebruiker en helpt daarmee om besluiten te nemen over investeringen in onze infrastructuur. De resultaten van het onderzoek zijn op zichzelf echter niet genoeg om instandhoudingsprojecten te prioriteren. Het KiM bekeek vanwege de korte doorlooptijd van het onderzoek namelijk niet alle infraprojecten en uitsluitend wegprojecten. Verder is er geen rekening gehouden met de technische staat van de viaducten, tunnels en bruggen. Daarnaast zijn overige maatschappelijke kosten, zoals gevolgen voor verkeersveiligheid en luchtkwaliteit, niet meegenomen. Tot slot zijn de kosten van additionele onderhouds- en herstelkosten niet in kaart gebracht.

Volledige afsluiting heeft zwaarste impact

Omdat de maatschappelijke kosten voor weggebruikers in vrijwel alle onderzochte gevallen veel hoger zijn bij een volledige afsluitingen dan bij andere gebruiksbeperkingen, kan het in sommige gevallen beter zijn om preventief snelheidsverlagingen of rijstrookafsluitingen in te stellen om later een volledige afsluiting te voorkomen. Maar ook de maatschappelijke kosten voor weggebruikers van de minder drastische gebruikersbeperkingen lopen op den duur wel op. Zo leiden de huidige beperkingen bij de Giessenbruggen op de A20, waar maar 2 van de 3 rijstroken open zijn en de snelheid verlaagd is naar 70 km/u, tot maatschappelijke kosten voor de weggebruikers van 2,1 miljoen euro per maand. Aangezien deze beperking naar verwachting 1 tot 2 jaar duurt, leidt dit naar schatting tot maatschappelijke kosten voor de weggebruikers van 25-50 miljoen euro. 

Analyse van 8 instandhoudingsprojecten

Naast de Giessenbruggen, heeft het KiM de maatschappelijke kosten voor weggebruikers van gebruiksbeperkingen ingeschat voor de volgende objecten:  

  • Haringvlietbrug (A29)
  • Vollenhoventunnel (A28)
  • Viaducten bij Nuth (A76)
  • Viaducten bij Velperbroek (A12)
  • Verbindingsboog van de A20 naar de A13 bij het knooppunt Kleinpolderplein
  • Vlaketunnel (A58)
  • Viaduct Uitgeest (A9)