Vooral ov en personenluchtvaart ondervinden gevolgen coronapandemie

Het sterk groeiende gebruik van het openbaar vervoer en de personenluchtvaart uit voorgaande jaren is in het coronajaar 2020 omgeslagen in flinke dalingen van wel de helft of meer ten opzichte van 2019. Reizigers in het openbaar vervoer zullen in 2023, of mogelijk pas in 2025, weer dezelfde afstand afleggen als in 2019. Het totale aantal luchtvaartreizigers in Nederland komt naar verwachting in 2025 weer uit boven het niveau van 2019. 

Dit schrijven onderzoekers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in het Mobiliteitsbeeld 2021. In deze publicatie gaan zij in op de ontwikkeling van de mobiliteit in het coronajaar 2020 en op hoe de mobiliteit zich ontwikkelt in de komende jaren.

Mobiliteitsbeeld 2021
©ANP-Hollandse Hoogte

Thuiswerken had veel invloed op personenverkeer

Gedurende een groot deel van 2020 gold een thuiswerkadvies. In de kantoorsectoren, waar de werknemers de meeste mogelijkheden hebben om vanuit huis te werken, was de afname van de woon-werkmobiliteit daardoor het grootst. Vóór de corona-pandemie reisde veel kantoorpersoneel per openbaar vervoer naar het werk. Hierdoor maakten juist zij in 2020 veel minder ov-ritten (-60% tot -75%) dan in 2019.

Waar de door reizigers per trein afgelegde afstand in 2020 met 55% terugliep ten opzichte van 2019 en die bij bus, tram en metro met 49%, bleef de daling in het autoverkeer beperkt. De afgelegde afstand door autobestuurders nam af met 26% (33% bij autopassagiers). Doordat automobilisten die in de spits naar de kantoren gaan wegbleven, was er ook in de laatste kwartalen van 2020 nog veel minder file dan vóór de pandemie.

In het vliegverkeer speelden de quarantainemaatregelen in andere landen een grote rol. De Nederlandse luchthavens telden daardoor maar liefst 71% minder passagiersbewegingen in 2020 dan in 2019.

Veel activiteiten en bestemmingen vielen weg. Mensen waren meer aan huis gebonden en zijn  meer gaan lopen. Hierdoor nam in 2020 de afgelegde afstand te voet toe met 20%.

Goederenvervoer: naast COVID-19 ook gevolg van energietransitie zichtbaar

Het goederenvervoer ondervond als geheel relatief weinig directe gevolgen van de pandemie. Waar de pandemie een deel van de productie in landen in Europa en Azië onderbrak, viel tijdelijk wel een deel van sommige internationale goederenstromen weg. Dat werd nog versterkt door het deels wegvallen van de vraag, bijvoorbeeld naar brandstof. 

Door de beperkingen in de horeca en de detailhandel winkelden Nederlanders vaker online en bestelden vaker online boodschappen en maaltijden. Dit leidde tot minder bevoorrading van horeca en detailhandel en méér bezorging aan huis. 

Naast de pandemie ondervond het goederenvervoer ook zichtbare gevolgen van de energietransitie. De omvang van het vervoer (in tonkm) per pijpleiding daalde (-6,3%), doordat er minder gas in Nederland werd opgepompt. Het internationale spoorgoederenvervoer (-6,1%) en de binnenvaart (-3,8%) merkten dat er minder vraag was naar steenkool in Duitsland. 

Minder verkeer, minder nadelige gevolgen van mobiliteit

Op het hoofdwegennet nam de extra reistijd door vertraging (-67%) in 2020 vier keer zo sterk af als de omvang van het verkeer (-16%). Met name in de ochtend- en de avondspits liep de verkeersomvang terug. Het thuiswerkadvies speelde hierbij een belangrijke rol. 2020 was een bijzonder jaar, normaal gesproken is er zo'n sterke relatie niet. 

Waar het aantal verkeersdoden in Nederland in recente jaren nog opliep, vond er in 2020 een daling plaats. Dit gebeurde bij alle vervoerswijzen, behalve bij de fiets. 

De uitstoot van broeikasgas door binnenlandse mobiliteit bedroeg in 2020 30,3 Megaton CO2. Een daling van 13% ten opzichte van 2019. De afname kwam geheel voor rekening van personenauto's. 
 

Autoverkeer in 2022 of 2023 weer op oude niveau, ov en vliegtuig later

In een eerder KiM-onderzoek gaven mensen aan blijvend meer te gaan thuiswerken, televergaderen en thuis onderwijs te volgen, gelet op hun ervaringen tijdens de pandemie. Het KiM verwacht hierdoor een langdurig dempend effect op de mobiliteitsgroei. Ook de voorkeur voor het gebruik van vervoersmiddelen is naar verwachting blijvend enigszins verschoven. Daarmee rekening houdende, voorziet het KiM dat de omvang van het wegverkeer op het hoofdwegennet in 2022 of 2023 weer op het niveau van 2019 uitkomt, na de flinke dip in 2020 en 2021. Reizigers in het openbaar vervoer zullen in 2023, of mogelijk pas in 2025 weer dezelfde afstand afleggen als in 2019. Het totale aantal luchtvaartreizigers in Nederland zal naar verwachting in 2025 weer boven het niveau van 2019 uitkomen.

Videopresentatie

Bekijk ook de videopresentatie over het Mobiliteitsbeeld 2021.