De huidige situatie in het Midden-Oosten zet de beschikbaarheid en betaalbaarheid van brandstoffen onder druk en benadrukt het belang van het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. De afgelopen maanden werkte het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) aan de publicatie 'Onderweg naar het energiesysteem van de toekomst' en geeft daarin een actueel overzicht van de energietransitie in mobiliteit en de uitdagingen voor de lange termijn hierbij. Deze transitie is ook belangrijk voor andere doelen, zoals klimaat, strategische autonomie en de concurrentiepositie van de industrie. Voor de mobiliteitssector is de overgang naar hernieuwbare energie een grote uitdaging. Voer-, vaar-, en vliegtuigen allemaal op elektriciteit, biobrandstoffen, e-fuels en waterstof laten voortbewegen is een complexe puzzel. Het doel is duidelijk, de weg daarnaartoe nog niet.
Beeld: © Shutterstock
De mobiliteitssector gebruikt zo’n 40% van de totale Nederlandse energie. Momenteel is fossiele olie de basis van de energievoorziening voor mobiliteit. Met het oog op de energietransitie is elektrificatie vaak de meest efficiënte en goedkope oplossing waar dat mogelijk is. Toch zal in Nederland in 2050 een groot deel van de energie nog komen uit (hernieuwbare) brandstoffen, zo blijkt uit de KiM-publicatie. Gericht beleid is nodig om op tijd genoeg hernieuwbare energie en elektrische voertuigen beschikbaar te hebben. Daarbij spelen ook de beschikbaarheid van grondstoffen en de rol van de petrochemische industrie in Rotterdam en de Europese auto-industrie een belangrijke rol.
De verwachting is dat het wegverkeer – personenauto's, bussen, bestelbusjes en vrachtauto's – in 2050 grotendeels elektrisch kan rijden, met een klein aandeel hernieuwbare brandstof en mogelijk een beperkte rol voor waterstof in vrachtwagens. Voor de lucht- en zeevaart – die samen 58% van de huidige energievraag van mobiliteit vormen – zijn elektrische oplossingen en waterstof voorlopig nog maar beperkt toepasbaar. Daarom blijven biobrandstoffen en e-fuels (synthetische brandstoffen gemaakt van hernieuwbare waterstof en CO2) belangrijk in de energiemix.
Biobrandstof blijft nodig
Omdat biobrandstoffen waarschijnlijk minder kosten met zich meebrengen dan e-fuels en elektrificatie niet overal mogelijk is, wordt in 2050 een vraag naar biobrandstoffen verwacht die 3 tot 8 maal hoger is dan nu. Dat knelt met de beschikbaarheid van de huidige grondstoffen hiervoor, zoals gebruikt frituurvet. Op dit moment zijn die niet voldoende beschikbaar om aan de toekomstige vraag te voldoen. Duurzame biomassa uit tussengewassen of afvalstromen uit Europese landbouw kan helpen om deze tekorten op te lossen.
Meerdere doelen
Het tegengaan van klimaatverandering is een belangrijke drijvende kracht om het gebruik van fossiele brandstoffen in de mobiliteitssector af te bouwen. Door een snel veranderende wereldorde, waarin oorlogen effecten hebben op de oliemarkt en waarin energie als economisch of politiek wapen wordt gebruikt, komen hier andere doelen bij. Energieleveringszekerheid, strategische autonomie, industrieel concurrentievermogen en betaalbaarheid zijn nu minstens even belangrijk als klimaat. De energietransitie helpt bij het behalen van verschillende beleidsdoelen, maar soms betekent vooruitgang op het ene doel dat een ander doel moeilijker te bereiken wordt. Doordat bijvoorbeeld de betaalbaarheid van energie onder druk kan komen te staan, kan het gerechtvaardigd zijn om ingezet beleid aan te passen of extra maatregelen te treffen die nadelige effecten kunnen verminderen.
Achtergrond
Het KiM heeft deze studie gedaan in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het European Transport and Energy Research Centre. De studie bouwt voort op eerdere KiM-publicaties: