Weblog

Gastblog: Kimmetje is 10 geworden

Dit is natuurlijk een probleem. Bij voorbaat. Een beleidsmaker vragen een blog te schrijven. Iets wat boeit. Grappig misschien zelfs? Door iemand die nogal inhoudelijk angehaucht is. Ga er maar aanstaan… Maar goed, het probleem is relatief. Het ligt namelijk bij mij. Ik moet het schrijven immers. De lezer kan altijd nog besluiten het niet te lezen. Dus ik wens mijzelf succes.

Ja, ik geef het toe. Ik heb een relatie met Kim. Al een tijdje. Vrij intens ook. Een, naar ik hoop, wederzijds gezonde relatie. In een relatie gebeurt nog wel eens wat. Een relatie vraagt iets van je. Halen en brengen. Investeren. Van die dingen.

Kimmetje is nu Kim. Ze is al 10. Zeker de tweede helft van die 10 jaar is onze relatie intensief. De dag van de verloving kan ik mij niet meer herinneren. Bij wat zich gaandeweg heeft afgespeeld heb ik wel wat gedachten.

Belangrijk is een relatie is dat je elkaar begrijpt, elkaars taal spreekt. Er is nu ‘warme afstand’ tussen het zelfstandige instituut KiM en het beleid. Nou zal ik over warme afstand en het hebben van een relatie niet uitweiden… Maar warmte helpt wel om elkaar te begrijpen. Een brug is makkelijker te slaan (om met Rutte te spreken) als de oevers dichterbij elkaar liggen. Waarbij het ook helpt dat KiM, zeker de laatste jaren, geen overdreven behoefte heeft tot scherpe profilering. Een teveel aan scherpte kan zomaar leiden tot het afzetten tegen beleid of politiek. Die puberale neiging heeft KiM niet. Hopelijk komt dat ook niet als ze 15 wordt.

Neem de Kat van Kim. Voor wie het niet weet: de Kat van Kim heet eigenlijk Kennis aan Tafel. Een vorm van meedenken en –praten met beleid die kennis heel tastbaar en toepasbaar maakt, maar die naar buiten natuurlijk niet erg zichtbaar is. Ik ben een groot fan van Kat en promoot het graag, ook bij de echte planbureaus.

Maar alleen Kat zou toch tot te weinig profiel leiden. Ook om wetenschappelijk serieus mee te doen is het voor een instituut als KiM belangrijk om te publiceren. Vanuit een onafhankelijke positie.

De Mobiliteitsbalans (tegenwoordig het Mobiliteitsbeeld, omdat planbureaus als genoeg balansen afgeven…) is voor mij een kernproduct. Bij elk MIRT- of begrotingsdebat hebben we die bij de hand, bijvoorbeeld om de juiste cijfers over de ontwikkeling van de files of de groei van het gebruik van elektrische fietsen te kunnen quoten. Ook voor bijvoorbeeld de kennis van kostenbatenanalyses is KiM voor ons het baken om op te kunnen varen.

De kracht van KiM zit ook in het ontkrachten van mythes. Er schieten mij twee onderzoeken te binnen. Over de oudjes: ‘Grijs op reis’. En over de jonkies: ‘Niet autoloos, maar auto later’. Beide vertellen iets anders dan de gemakkelijke conclusies die soms worden getrokken. Vergrijzing leidt niet tot minder, maar juist tot méér mobiliteit. En jongeren kijken alleen tijdelijk anders naar autobezit, dat heeft vooral met hun woon- en leefsituatie te maken. Niet met een structureel veranderde houding. Belangwekkend materiaal, specifiek voor de Nederlandse situatie.

We zien nu weer een mythe ontstaan. Het gemak waarmee sommigen nu zeggen dat we het fileprobleem met zelfrijdende auto’s als vanzelf oplossen. Die mythe mag KiM wat mij betreft ook ontkrachten. Mensen blijven wezens met een biologische klok. Die maakt dat de meesten van ons ’s nachts slapen. We eten ons avondeten daarom ergens tussen 18 en 20 uur. Dus dat betekent dat we werken tussen het tijdstip dat onze wekker afgaat en het avondeten. En wat Het Nieuwe Werken ook vermag: mensen blijven wezens die elkaar opzoeken (iets met warme afstand…), dus we gaan niet allemaal thuis werken. Kortom: er blijft een spits en hoe zelfrijdend ook, als zovelen tegelijk rond een uur of 9 aan de Zuidas willen zijn dan houden we een temporele spanning tussen vraag en aanbod (zeker als er niet zoveel mensen meer met de trein gaan). Van een ander karakter dan hoe we het nu kennen, maar er zullen dan forse infrastructurele aanpassingen nodig zijn als die zelfrijdende auto’s er daadwerkelijk massaal gaan komen. Een mooie opgave voor KiM om daar de tanden in te zetten. Met een aanpak die ruimte laat voor onzekerheid en exploratie. Onze huidige kennis is namelijk niet het antwoord op de vragen van de toekomst. We moeten blijven vernieuwen. Kennis houdt nooit op. Nieuw beleid blijft nodig en een stevige kennisbasis kan KiM leveren.

Waar kan KiM nog stappen zetten op weg naar nog meer volwassenheid? Door voorop te lopen in het zichtbaar maken van effecten van nieuwe technologieën. Met de zelfrijdende auto is de goede richting ingeslagen. Ik denk dat de relativiteit van ‘ware’ kennis, de komende tijd zal toenemen. Of het verklarende gehalte van harde wetenschap zal (zeker op ons terrein) afnemen, net hoe je het wilt zeggen. Elkaar sneller opvolgende veranderingen en grotere interdependenties maken het lastiger om directe relaties te leggen tussen ontwikkelingen, maatregelen en effecten. Meer onzekerheid, minder zekere antwoorden. Dus meer behoefte aan kennis, ook als deze een meer zoekend karakter krijgt. Hoe kunnen we als IenM met alle veranderingen maximaal bijdragen aan versterking van de economische structuur van Nederland? Zodat we de concurrentie in de nieuwe economie (ICT, duurzaamheid) aankunnen? Wat kan vanuit mobiliteitsbeleid daaraan worden bijgedragen? Welke functie heeft de weg en de auto in de toekomst? En het ov?

Zoveel vragen. Daar komt KiM de puberteit wel mee door, dus op naar de 20 jaar!

Emiel Reiding