Ontwikkeling mobiliteit totaal en naar vervoerwijzen

  • In 2025 legden inwoners van Nederland van 6 jaar en ouder1 in totaal 193,6 miljard km af (niet in de figuur). Dit is ongeveer 1% meer dan de afgelegde afstand in 2024 (190,8 miljard km), maar 1% minder dan in 2015 (196,1 miljard km). Voor fietsen en lopen nam de afgelegde afstand tussen 2015 en 2025 toe met respectievelijk 9% en 42% (figuur 1). De afgelegde afstand met de andere vervoerwijzen lag in 2025 lager dan in 2015.
  • Per inwoner nam de gemiddelde afgelegde afstand op Nederlands grondgebied af van ongeveer 12.600 km in 2015 (34,5 km per dag) naar ongeveer 11.600 km in 2025 (31,8 km per dag).
  • De totale reisduur van inwoners van Nederland van 6 jaar en ouder op Nederlands grondgebied betrof in 2025 7,5 miljard uur (niet in de figuur). Dat is ongeveer 1% meer dan in 2024 (7,4 miljard uur) en 8% meer dan in 2015 (6,9 miljard uur). In 2025 was de reisduur per persoon per dag ongeveer 74 minuten.

Figuur 1 Ontwikkeling afgelegde afstand van inwoners van Nederland op Nederlands grondgebied naar vervoerwijze, 2015-2025 (in mld km)

Bronnen: Autobestuurder, autopassagier, fiets, lopen en overig: CBS-trendmodel (Boonstra en Van den Brakel, 2026); Trein en bus, tram, metro: CROW-KpVV

Ontwikkeling mobiliteit naar motief

  • Voor woon-werk, winkelen, onderwijs en vrijetijd2 legden inwoners van Nederland in 2025 ongeveer 1-2% meer afstand af dan in 2024 (figuur 2). Voor overige motieven bleef de afgelegde afstand gelijk. Ten opzichte van 2015 legden inwoners van Nederland in 2025 meer afstand af voor winkelen (+4%) en vrijetijd (+4%). Voor woon-werk (-6%), onderwijs (-10%) en overige motieven (-6%) legden zij in 2025 echter minder afstand af dan in 2015.
  • Een belangrijke verklaring voor de daling in afgelegde afstand voor woon-werk ten opzichte van 2015 is de structurele toename in thuiswerken sinds de COVID-19-pandemie. Het aandeel werkenden dat in 2025 minstens 1 uur per week thuiswerkte was 45% (zie Kerngegevens ‘Personenmobiliteit’). Dat is ongeveer evenveel als in 2023 (43%) en 2024 (44%). In de jaren voor de COVID-19-pandemie lag het aandeel rond de 30%.

Figuur 2 Afgelegde afstand naar reismotief, in 2015, 2019, 2023, 2024 en 2025 (in mld km)

Bron: CBS-trendmodel (Boonstra en Van den Brakel, 2026)

Auto

  • De door autobestuurders afgelegde afstand groeide tussen 2024 en 2025 met 2%, van 96,0 miljard km naar 97,6 miljard km (figuur 1). Dat laatste is bijna gelijk aan het niveau in 2015 (98,0 miljard km). Voor woon-werk en onderwijs legden autobestuurders in totaal respectievelijk 3% en 9% minder afstand af in 2025 dan in 2015 (niet in een figuur). Voor winkelen (+7%) en vrijetijd (+3%) legden autobestuurders in dezelfde periode in totaal juist meer afstand af. Per persoon nam de afstand die inwoners van Nederland (van 6 jaar en ouder 3) als autobestuurder aflegden tussen 2015 en 2025 af met 7%, van 6.290 km naar 5.840 km (figuur 3).
  • De door autopassagiers afgelegde afstand nam tussen 2024 en 2025 iets minder sterk toe dan die van autobestuurders, namelijk met 1%: van 35,9 miljard km naar 36,2 miljard km (figuur 1). Dat laatste is 6% minder dan in 2015. Per persoon nam de afstand die inwoners van Nederland als autopassagier aflegden tussen 2015 en 2025 met ongeveer 13% af, van 2.480 km naar 2.165 km (figuur 3).

Figuur 3 Afgelegde afstand per persoon per jaar met de auto, in 2015, 2019, 2023, 2024 en 2025 (in km)

Bron: CBS-trendmodel (Boonstra en Van den Brakel, 2026)

Openbaar vervoer

  • Het treingebruik in het concessiegebonden openbaar vervoer in 2025 was goed voor een totaal door reizigers afgelegde afstand van 17,1 miljard km (figuur 4). Dat is 1% minder dan in 2024 en 8% minder dan in 2015. In 2025 is echter de nieuwe hoofdrailnetconcessie (HRN-concessie) gestart, die niet exact dezelfde reikwijdte heeft als de voorgaande HRN-concessie. De afname tussen 2024 en 2025 is vermoedelijk voornamelijk het gevolg van deze verandering in de reikwijdte van de concessie. Van de 17,1 miljard reizigerskilometers in het concessiegebonden treinvervoer in 2025 werd 16,1 miljard km afgelegd met NS en 0,9 miljard km met andere vervoerders.
  • Sinds 2024 verzamelt het CBS gegevens over al het passagiersvervoer per trein op Nederlands grondgebied (dus inclusief treindiensten die op basis van open toegang rijden en niet onder een concessie vallen). Voor 2025 rapporteert het CBS 17,8 miljard reizigerskilometers (CBS, 2026b). Dat is ongeveer 1% meer dan in 2024, toen reizigers 17,6 miljard km per trein reisden in Nederland.
  • De totaal met bus, tram en metro (btm) afgelegde afstand was met 5,0 miljard km in 2025 nagenoeg gelijk aan die in 2024 en ongeveer 1% minder dan die in 2015 (figuur 4). De bus heeft met 3,1 miljard km in 2025 het grootste aandeel (61%) in de totaal per btm afgelegde afstand. Dit aandeel is tussen 2015 en 2025 afgenomen. In 2015 had de bus een aandeel van 66% in de totaal per btm afgelegde afstand. Het aandeel van de tram was zowel in 2015 en 2025 ongeveer 16%, terwijl het aandeel van de metro in deze periode toenam van 18% tot 23%.

Figuur 4 Afgelegde afstand van reizigers in het concessiegebonden openbaar vervoer, 2015-2025 (in mld reizigerskilometers)

Bron: CBS-trendmodel (Boonstra en Van den Brakel, 2026)

Fiets/e-fiets

  • De totaal afgelegde afstand met de fiets (gewone fiets en e-fiets) nam tussen 2024 en 2025 met 1% toe, van 18,3 miljard km naar 18,5 miljard km (figuur 1). Dat laatste is 9% meer dan in 2015. Per persoon fietsten inwoners van Nederland (van 6 jaar en ouder) in 2025 gemiddeld 1.110 km, ongeveer 2% meer dan in 2015, toen gemiddeld ongeveer 1.090 km werd gefietst.
  • De totaal afgelegde afstand met de e-fiets groeide in 2025 door naar 8,4 miljard km: een toename van 9% ten opzichte van 2024 en ruim een verviervoudiging (+328%) ten opzichte van 2015. Deze toename bij de e-fiets ging deels ten koste van de gewone fiets, waarmee tussen 2015 en 2025 4,9 miljard km minder werd afgelegd, een daling van 33%.
  • Onder alle leeftijdsgroepen nam het aandeel e-fiets in de afgelegde afstand per fiets toe (figuur 5). Bij ouderen is het aandeel e-fiets in de door hen totaal afgelegde fietsafstand hoger dan bij jongere leeftijdsgroepen. Relatief gezien was de toename onder de oudere leeftijdsgroepen de afgelopen jaren echter kleiner dan onder jongere leeftijdsgroepen.

Figuur 5 Aandeel e-fiets in totaal afgelegde afstand per fiets naar leeftijd, in 2015, 2019, 2023, 2024 en 2025 (in %)

Bron: nabewerking KiM van het CBS-trendmodel (Boonstra en Van den Brakel, 2026)

Lopen

  • De totaal te voet afgelegde afstand nam tussen 2024 en 2025 met 2% toe, van 7,0 miljard km naar 7,1 miljard km (figuur 1).
  • De ontwikkeling in afgelegde afstand te voet verschilt tussen reismotieven (figuur 6). Voor vrijetijd en winkelen ligt de afgelegde afstand te voet in 2025 hoger dan in 2015. Na een piek in 2021 nam de afgelegde afstand voor beide motieven af, maar sinds 2023 neemt deze voor vrijetijd weer toe, terwijl deze voor winkelen nagenoeg stabiel is. Voor woon-werk en onderwijs is de afgelegde afstand in 2025 lager dan in 2015. Na een sterke daling in 2020 nam de afgelegde afstand voor deze motieven weer toe, maar tussen 2024 en 2025 was nauwelijks sprake van verandering.
  • Per inwoner van Nederland nam de gemiddeld te voet afgelegde afstand tussen 2015 en 2025 toe van 320 km naar 425 km. In 2024 legden inwoners 420 km per persoon te voet af (niet in een figuur).

Figuur 6 Ontwikkeling afgelegde afstand van inwoners van Nederland op Nederlands grondgebied naar vervoerwijze, 2015-2025

Luchtvaart

  • In 2025 reisden er 78,4 miljoen passagiers van, naar of via een Nederlandse luchthaven (figuur 7). Het gaat hier zowel om inwoners van Nederland als inwoners van andere landen. Dit is een toename van bijna 3% ten opzichte van 2024 (76,2 miljoen passagiers) en 21% hoger dan in 2015, toen er 64,6 miljoen passagiers van, naar of via Nederlandse luchthavens reisden.
  • Inwoners van Nederland waren in 2025 naar schatting goed voor een gevlogen afstand van 115 miljard km (figuur 8). Dat is 5-6% meer dan in 2024 (109 miljard km) en bijna 37% meer dan in 2015, toen inwoners van Nederland naar schatting 84 miljard km vlogen. De groei tussen 2024 en 2025 van 6 miljard km kan voor 7/10 deel worden toegeschreven aan een toename in het aantal reizigers en voor 3/10 deel aan de toename van de afgelegde afstanden per reis. Dit gaat om de afstanden bij alle vliegreizen met vertrek vanuit Nederland of net over de grens (bijvoorbeeld Düsseldorf of Brussel), inclusief een eventuele aansluitende vlucht naar de eindbestemming. Ook de terugreis telt mee (Zijlstra et al., 2026).
  • Reizigers met een niet-zakelijk reismotief nemen circa 80% van de totaal afgelegde vliegafstanden voor hun rekening. Dat komt doordat ze gemiddeld per reis langere afstanden afleggen dan reizigers met een zakelijk reismotief. In 2025 reisde 24% van de passagiers op Nederlandse luchthavens met een zakelijk motief. De overige 76% had niet-zakelijke reismotieven, zoals vakantie, stedentrip of het bezoek aan familie en vrienden. In 2015 reisde circa 30% van alle passagiers op Nederlandse luchthavens met een zakelijk motief. Ten opzichte van 2015 is er dan ook sprake van een aanzienlijke daling van het aandeel zakelijke reizigers op Nederlandse luchthavens. Het absolute aantal zakelijke reizigers op Nederlandse luchthavens was in 2025 min of meer gelijk aan dat in 2015.  

Figuur 7 Aantal passagiers van, naar of via Nederlandse luchthavens, 2015-2025 (in mln passagiers)

Bron: CBS (2026a)

Figuur 8 Totaal afgelegde vliegafstand door inwoners van Nederland, 2015-2025 (in mld km)

Bron: Berekening KiM op basis van Schiphol Group (2026) en CBS (2026a)

Voetnoten en referenties