Verkeersveiligheid
- Het aantal verkeersdoden is gestegen van 675 in 2024 naar 759 in 2025 (zie Kerngegevens ‘Verkeersveiligheid’), een stijging van 12%. Over de periode 2015-2025 is er sprake van een stijgende trend. Het aantal verkeersdoden in 2025 lag 22% boven dat in 2025 (621 doden).
- De ontwikkeling verschilt sterk per vervoerwijze (figuur 1). Vooral onder fietsers is sprake van een toename van het aantal verkeersdoden (+52% in 2025 ten opzichte van 2015). De afgelegde afstand met de fiets in die periode is veel minder hard gestegen (+9%, zie hoofdstuk Personenmobiliteit). Ook het aandeel van fietsers in het totaal aantal verkeersdoden is toegenomen (37% in 2025 tegenover 30% in 2015). Bij inzittenden van personenauto’s zien we geen vergelijkbare stijging: het aantal verkeersdoden in deze groep was in 2025 (228) ongeveer even groot als in 2015 (224), terwijl hun aandeel in het totaal daalde van 36% in 2015 naar 30% in 2025.
- Voor 2025 zijn nog geen gegevens over het aantal ernstig en matig ernstig gewonden bekend1. Het aantal ernstig verkeersgewonden is gestegen van 7.400 in 2023 naar 7.800 in 2024; het aantal matig ernstig verkeersgewonden is gestegen van 18.300 in 2023 naar 18.800 in 2024 (zie Kerngegevens ‘Verkeersveiligheid’).
Figuur 1 Ontwikkeling verkeersdoden per vervoerwijze, 2015-2025
Fiets Personenauto Voetganger Scootmobiel Motorfiets Bestelauto, vrachtwagen Brom- en snorfiets en brommobiel Overig 2015 185 224 57 41 47 19 45 3 2016 189 231 51 38 45 29 44 2 2017 206 201 58 25 51 25 46 1 2018 228 233 54 44 42 26 39 12 2019 203 237 49 42 52 28 45 5 2020 229 195 41 34 44 23 36 8 2021 207 175 43 32 52 14 50 9 2022 290 221 58 40 45 27 54 10 2023 270 194 71 53 46 16 32 2 2024 246 220 59 57 56 6 30 1 2025 281 228 59 54 53 40 38 6
Leefomgeving
Energiegebruik
- In 2025 gebruikte mobiliteit in totaal 1004 PJ energie, waarvan 2% elektriciteit en 98% brandstoffen (van zowel fossiele als niet-fossiele oorsprong). Dit gebruik is bepaald aan de hand van wat er binnen Nederland wordt getankt en (elektrisch) geladen. Ten opzichte van 2024 daalde het totale energiegebruik met 2% (25 PJ). Ten opzichte van 2015 gebruikte de mobiliteitssector in 2025 6% minder energie.
- In het wegverkeer daalde met name het gebruik van diesel (-8% in 2025 ten opzichte van 2024; -27% ten opzichte van 2015). Dit is in lijn met de sinds 2015 grote afname van het aantal dieselauto’s. Het benzinegebruik van het wegverkeer was in 2025 1% lager dan in 2024 en 11% hoger dan in 2015. Het aantal voertuigen dat geheel op benzine rijdt – benzineauto’s en gewone hybrides – is sinds 2018 met 9% gegroeid, terwijl het benzinegebruik in die periode 2% steeg. Dat het aantal voertuigen dat benzine gebruikt meer toenam dan het benzinegebruik komt doordat het aandeel van de, relatief zuinige, hybrides sterk groeide (zie verderop onder Samenstelling wagenpark personenauto’s).
- De binnenvaart gebruikte in 2025 4% minder energie (diesel) dan in 2024 en 7% minder dan in 2015. De zeevaart gebruikte in 2025 3% minder energie dan in 2024; deze daling kwam volledig door minder gebruik van stookolie, want het gebruik van (scheeps)diesel en aardgas steeg juist. Ten opzichte van 2015 gebruikte de zeevaart in 2025 5% minder energie.
- Het elektriciteitsgebruik in 2025 kwam voor 1/3 voor rekening van het spoorverkeer en voor 2/3 van het wegverkeer. Het elektriciteitsgebruik van het spoorverkeer is al jaren stabiel rond 6 PJ/jaar, terwijl dat van het wegverkeer groeide tussen 2024 en 2025 (van 9,9 naar 12,3 PJ) door een groei van het aantal voertuigen dat geheel of deels op elektriciteit rijdt (zie Samenstelling wagenpark personenauto’s en Bestel- en vrachtauto’s met alternatieve aandrijving).
Figuur 2 Energiegebruik per vervoerwijze in 2015, 2019, 2023, 2024 en 2025
Toelichting: Het gaat om het energiegebruik op basis van tanken en laden in Nederland, van mobiliteit exclusief mobiele werktuigen, maar inclusief internationale lucht- en zeevaart. Waarden voor 2024 en 2025 zijn voorlopig.
2015 2019 2023 2024 2025 wegverkeer - benzine 160,849786 179,720433 179,018532 180,641626 178,218898 wegverkeer - diesel 219,95274 226,590904 180,695658 174,020418 160,670367 wegverkeer - lpg 8,03656 5,755768 4,966124 5,350324 4,79346 wegverkeer - elektriciteit 0,6 1,9 7,9 9,9 12,3 spoorverkeer - diesel 1,2427 0,885532 0,99528 0,945516 1,29987 spoorverkeer -elektriciteit 5,9 6,5 6 6,1 6,2 binnenvaart - diesel 47,9493 47,623132 46,470996 46,252206 44,445258 zeevaart - diesel 52,03 50,4612 42,9 39,3393 43,6293 zeevaart - stookolie 411,025 385,318 441,611 397,208 376,626 zeevaart - aardgas 0 2,5 8,6 16,4 20,8 luchtvaart - kerosine 159,54669 166,715055 142,63824 151,30779 153,261375
Binnenlandse broeikasgasemissies mobiliteit
Volgens de IPCC-methode stootte mobiliteit binnen Nederland in totaal 2025 28,6 Mt CO2-equivalenten aan broeikasgassen uit (figuur 3). Onder mobiliteit vallen behalve voertuigen ook mobiele werktuigen (zoals landbouwtrekkers, vorkheftrucks en (wegen)bouwmachines).
- Binnen mobiliteit nam het wegverkeer met 23,4 Mt (zie Kerngegevens ‘Leefomgeving’) het grootste deel voor zijn rekening, namelijk 82%. De broeikasgasemissies van het wegverkeer waren in 2025 3% lager dan in 2024 (24,1 Mt) en 16% lager dan in 2015 (28,0 Mt) (zie Kerngegevens ‘Leefomgeving’ en figuur 4).
- De broeikasgasemissies van het wegverkeer laten per afgelegde afstand een duidelijke daling zien (figuur 4). De oorzaak hiervan hebben we niet nader onderzocht, maar aannemelijk is dat er een verband is met de toename van het aantal voertuigen dat geheel of deels op elektriciteit rijdt (zie later in dit hoofdstuk onder Samenstelling wagenpark personenauto’s en Bestel- en vrachtauto’s met alternatieve aandrijving) en met een stijgend gebruik van biobrandstof door het wegverkeer (NEa, 2026b). Verder kan ook een toename van ‘grenstanken’, Nederlandse automobilisten die over de grens tanken omdat brandstof daar goedkoper is, een rol hebben gespeeld.2
Figuur 3 Binnenlandse broeikasgasemissies van mobiliteit versus die van stationaire bronnen (Mt CO2-eq)
Toelichting: Het gaat om emissies volgens de IPCC-methode. De zeevaart telt in de IPCC-systematiek niet mee; binnenvaart en luchtvaart tellen alleen mee voor zover het reizen met herkomst en bestemming binnen Nederland betreft; bij luchtvaart gaat het bovendien alleen om de emissies tijdens stijgen en landen. Stationaire bronnen zijn alle niet-mobiele bronnen: industrie, energiesector, landbouw en gebouwde omgeving. Data voor 2025 zijn voorlopig.
Stationaire bronnen Wegverkeer Visserij en mobiele werktuigen Spoor, lucht- en binnenvaart (binnenlands) 2015 165,2 28 4,7 1,4 2016 165,3 28,2 4,7 1,3 2017 161,4 29 4,4 1,2 2018 155,8 29,1 4,5 1,3 2019 150,4 28,7 4,4 1,2 2020 137,9 24,4 4,6 0,9 2021 141 24,5 4,3 1 2022 126,3 24,2 4,3 1,1 2023 115,4 25,4 4,2 1,1 2024 115,2 24,1 3,8 1,3 2025 116,1 23,4 3,8 1,4
Broeikasgasemissies lucht- en scheepvaart
- De IPCC-emissies (figuur 3) geven geen volledig beeld van de broeikasgasemissies van mobiliteit, omdat daarin luchtvaart en scheepvaart (zee- en binnenvaart) niet of slechts gedeeltelijk worden meegenomen. Figuur 5 geeft de broeikasgasemissies van lucht- en scheepvaart op basis van het inslaan van brandstof (‘bunkeren’) in Nederland. Het gaat om de internationale lucht- en scheepvaart, dat wil zeggen: vertrekkend vanuit Nederland met een bestemming in het buitenland.

Beeld: Bronnen: CBS (2026e, 2026f, 2026g); berekening KiM
Figuur 4 Broeikasgasemissies van het wegverkeer versus de wegverkeersprestatie binnen Nederland
Figuur 5 Broeikasgasemissies internationale lucht- en scheepvaart (Mt CO2-eq)
Toelichting: Het gaat om de emissies op basis van inslaan van brandstof in Nederland. Scheepvaart betreft zowel zee- als binnenvaart. De gegevens voor 2025 zijn voorlopig.
Internationale luchtvaart Internationale scheepvaart 2015 11,5 38,7 2016 11,8 38,4 2017 12,1 37,7 2018 12,3 36,2 2019 12 36,8 2020 6,7 37,7 2021 7,3 36,4 2022 9,6 36,1 2023 10,1 33,4 2024 10,5 36,4 2025 10 36,0
- De broeikasgasemissies van de internationale luchtvaart op basis van inslaan van brandstof (‘bunkeren’) in Nederland waren in 2025 10,0 Mt CO2-eq. Dit is 5% minder dan in 2024 (10,5 Mt) en 13% minder dan in 2015 (11,5 Mt). Deze ontwikkeling verschilt met die van het energiegebruik van de luchtvaart, dat tussen 2024 en 2025 steeg met 1,3% en tussen 2015 en 2025 daalde met in totaal 4% (zie figuur 2). Het verschil in ontwikkeling tussen enerzijds energiegebruik en anderzijds broeikasgasuitstoot past bij een toename in het gebruik van biokerosine.3 Biokerosine geldt statistisch als ‘zero-emissie’.
- De broeikasgasemissies van de internationale scheepvaart (zee- en binnenvaart) op basis van inslaan van brandstof in Nederland bedroegen in 2025 36,0 Mt CO2-eq, 1% minder dan in 2024 (36,4 Mt) en 7% minder dan in 2015 (38,7 Mt). De emissies van de zeevaart zijn hierin veruit de grootste post, de binnenvaartemissies zijn substantieel lager (PBL, 2026).
Wegverkeer emissies NOx en fijnstof
- In 2025 stootte het wegverkeer 7% minder NOx, 9% minder PM10-verbranding en 2% meer PM10-slijtage4 uit dan in 2024 (CBS, 2026j); zie Kerngegevens ‘Leefomgeving’. Ten opzichte van 2015 stoot het wegverkeer 40% minder NOx, 58% minder PM10-verbranding en 16% meer PM10-slijtage uit. De gegevens voor 2025 zijn voorlopig.
- De grotere uitstoot van PM10-slijtage in 2025 ten opzichte van 2024 is in lijn met de grotere omvang van het wegverkeer in 2025 in vergelijking met 2024; er is dan immers ook meer slijtage van banden, remmen en wegdek. De daling bij NOx en PM10-verbranding komt vooral op het conto van gemiddeld schoner wordende voertuigen.
Samenstelling wagenpark personenauto’s
- Het aantal personenauto’s in Nederland groeide in 2025 met in totaal 168 duizend voertuigen ten opzichte van 2024 (tabel 4.1). Daarmee bestond het wagenpark eind 2025 uit 9,4 miljoen personenauto’s (CBS, 2026k).
- De verschuiving naar stekkervoertuigen zette in 2025 door: ten opzichte van 2024 nam het aantal volledig elektrische auto’s toe met 123 duizend en het aantal plug-inhybrides met 147 duizend. Daarnaast groeide ook het aantal gewone hybrides, dus zonder stekker, sterk (+133 duizend). Daartegenover stond een afname van de aantallen standaard benzine- en dieselauto’s met respectievelijk 147 en 82 duizend (CBS, 2026l; RVO, 2026a).
- In totaal hadden eind 2025 1,2 miljoen voertuigen een stekker (RVO, 2026a) (tabel 1). Het aantal brandstofcel-elektrische personenauto’s was met 647 zeer bescheiden.
- Ten opzichte van 2018, het eerste jaar van een nieuwe registratie van CBS en RVO, daalde het aantal dieselauto’s met 54%, bleef het aantal gewone benzineauto’s vrijwel gelijk en namen het aantal hybride, volledig elektrische en plug-inhybride personenauto’s toe met een factor 5 (hybrides), 16 (volledig elektrisch) en 6 (plug-inhybrides).
Tabel 1 Ontwikkeling wagenpark personenauto’s naar brandstof en aandrijflijn, 2018-2025
|
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 | |
|
Diesel |
1.259.923 |
1.177.559 |
1.065.483 |
970.764 |
860.021 |
757.422 |
664.475 |
582.363 |
|
Benzine |
6.737.848 |
6.883.818 |
6.980.743 |
7.023.176 |
6.992.291 |
6.950.879 |
6.861.660 |
6.714.524 |
|
Hybride |
176.341 |
205.461 |
255.930 |
344.815 |
445.961 |
555.426 |
689.072 |
821.723 |
|
Volledig elektrisch |
43.279 |
104.544 |
171.751 |
241.968 |
324.547 |
435.745 |
557.832 |
680.793 |
|
Plug-inhybride |
94.691 |
91.912 |
98.441 |
138.203 |
187.378 |
263.339 |
374.237 |
520.821 |
|
Brandstofcel-elektrisch |
49 |
205 |
363 |
486 |
596 |
616 |
632 |
647 |
|
Lpg/cng/onbekend/overig |
130.900 |
121.097 |
114.071 |
108.783 |
106.909 |
104.582 |
100.534 |
95.316 |
|
Totaal |
8.442.982 |
8.584.391 |
8.686.419 |
8.827.709 |
8.917.107 |
9.067.393 |
9.247.810 |
9.415.540 |
Toelichting: de peildatum is 31 december van elk jaar. Bronnen: CBS (2026l), RVO (2026a)
Bestel- en vrachtauto’s met stekker of brandstofcel
- Sinds 2018, het eerste jaar van een nieuwe registratie van het CBS en RVO, is zowel het aantal bestelauto’s als het aantal vrachtauto’s met een stekker of brandstofcel met een factor 17 toegenomen; bij beide ging het voornamelijk om (een toename van) volledig elektrische voertuigen en speelde het aantal plug-inhybrides en brandstofcel-elektrische voertuigen een veel kleinere rol (tabellen 2 en 3).
- Op het totale wagenpark van bestelauto’s en vrachtauto’s was het aandeel van volledig elektrische voertuigen in 2025 5,1% respectievelijk 1,4% (RVO, 2026b, 2026c, gecombineerd met CBS, 2026k) (zie Kerngegevens ‘Leefomgeving’).
Tabel 2 Ontwikkeling aantal volledig elektrische, plug-inhybride en brandstofcel-elektrische bestelauto’s, 2018-2025
|
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 | |
|
Volledig elektrisch |
3.163 |
4.493 |
6.054 |
9.083 |
13.772 |
24.387 |
36.185 |
52.242 |
|
Plug-inhybride |
8 |
8 |
35 |
83 |
134 |
165 |
609 |
1.777 |
|
Brandstofcel-elektrisch |
6 |
7 |
14 |
15 |
16 |
23 |
40 |
40 |
|
Totaal |
3.177 |
4.508 |
6.103 |
9.181 |
13.922 |
24.575 |
36.834 |
54.059 |
Toelichting: de peildatum is 31 december van elk jaar. Bron: RVO (2026b)
Tabel 3 Ontwikkeling aantal volledig elektrische, plug-inhybride en brandstofcel-elektrische vrachtauto’s, 2018-2025
|
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 | |
|
Volledig elektrisch |
89 |
94 |
112 |
174 |
261 |
659 |
1.203 |
2.140 |
|
Plug-inhybride |
46 |
47 |
41 |
48 |
56 |
73 |
93 |
87 |
|
Brandstofcel-elektrisch |
2 |
5 |
9 |
15 |
29 |
37 |
49 |
52 |
|
Totaal |
137 |
146 |
162 |
237 |
346 |
769 |
1.345 |
2.279 |
Toelichting: de peildatum is 31 december van elk jaar. Bron: RVO (2026c)
Begrippen, referenties en voetnoten
Verkeersdode: Weggebruiker die is overleden ten gevolge van een plotseling optredende gebeurtenis op de openbare weg die verband hield met het verkeer en waarbij ten minste 1 rijdend voertuig was betrokken. Personen die 30 dagen of meer na de ongevalsdatum overlijden, tellen niet als verkeersdode.
Verkeersgewonde:
- Een ernstige verkeersgewonde wordt in Nederland gedefinieerd als een slachtoffer dat als gevolg van een ongeval op de openbare weg waarbij een rijdend voertuig was betrokken, opgenomen wordt in een ziekenhuis met een letselernst MAIS3+ (voor MAIS: zie hieronder) en daaraan niet binnen 30 dagen overlijdt. Voorheen (vóór 2020) gold MAIS2+ als ernstig gewond; de letselcategorie MAIS2 gecombineerd met een ziekenhuisverblijf heet nu matig ernstig gewond.
- MAIS: Voor gewonden bestaan er internationale letselcategorieën, MAIS (Maximum Abbreviated Injury Scale), die de ernst van het letsel aanduiden. Letselcategorieën zijn: MAIS0 = geen; MAIS1 = licht; MAIS2 = matig ernstig; MAIS3 = ernstig; MAIS4 = zwaar; MAIS5 = levensgevaarlijk; MAIS6 = dodelijk. Voorbeelden per categorie zijn (DfT, 2015):
MAIS
Voorbeeld
1
Oppervlakkige schaaf- of snijwond
2
Gebroken borstbeen
3
Open fractuur van het opperarmbeen (de humerus)
4
Geperforeerde luchtpijp
5
Gescheurde lever met weefselverlies
6
Totale breuk van de aorta
Broeikasgassen (uitgedrukt in CO₂-equivalenten, CO₂-eq): Stoffen die klimaatverandering veroorzaken. Het belangrijkste broeikasgas is CO2 (kooldioxide); andere bekende broeikasgassen zijn N2O (distikstofmonoxide, lachgas) en CH4 (methaan). Om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen, worden ze omgerekend naar zogenoemde CO2-equivalenten. Eén CO2-equivalent staat gelijk aan het effect dat de uitstoot van 1 kg CO2 heeft. Over een periode van 100 jaar staat de uitstoot van 1 kg N2O gelijk aan 273 CO2-equivalenten en de uitstoot van 1 kg CH4 aan 29,8 CO2-equivalenten (IPCC, 2021, tabel 7.15).
IPCC-emissies: Broeikasgasemissies die worden bepaald volgens het rekenvoorschrift van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Deze methode is bepalend bij bijvoorbeeld het internationale Parijsakkoord en het Nederlandse Klimaatakkoord.
IPCC-emissies van mobiliteit in Nederland: uitlaatemissies op Nederlands grondgebied; elektrisch vervoer geldt als zero-emissie. De reikwijdte van mobiliteit in het kader van de IPCC-emissies is:
- Wegverkeer op basis van in Nederland getankte brandstof;
- Binnenvaart met herkomst en bestemming in Nederland (i.e. binnenlandse binnenvaart);
- Railverkeer;
- Starts, landingen en taxiën van luchtvaart met herkomst en bestemming in Nederland (i.e. binnenlandse luchtvaart);
- Overige mobiele bronnen, inclusief mobiele werktuigen (landbouw, visserij en overig).
Emissies van internationale lucht-, zee- en binnenvaart (vertrekkend vanuit Nederland met een buitenlandse bestemming) tellen bij de IPCC-emissies niet mee.
Biobrandstoffen gelden (hoewel ze feitelijk emissies veroorzaken) als zero-emissie, omdat:
- De CO2-emissies die ontstaan in het productieproces van de biobrandstoffen, worden toegerekend aan de hiervoor verantwoordelijke sectoren, met name landbouw en industrie en de energiesector;
- De CO2-emissies die ontstaan bij de verbranding van biobrandstoffen, worden gezien als onderdeel van de ‘korte koolstofkringloop’, dat wil zeggen dat de koolstof kort tevoren – tijdens het groeiproces van de biomassa – is opgenomen uit de atmosfeer en nu weer vrijkomt. De kringloop is daarmee als het ware gesloten.
NOₓ: Stikstofoxiden. Deze zijn een bron van ozon en secundair fijnstof. Ze veroorzaken gezondheidsschade en schade aan gebouwen en natuur (door verzuring). NOₓ bestaat uit NO2 en NO. NO reageert uiteindelijk, via fotochemische reacties in de atmosfeer, met ozon tot NO2.
Fijnstof (PM10): Fijnstof of PM10 bestaat uit vaste en vloeibare deeltjes die in de lucht zweven en een doorsnede hebben van maximaal 10 micrometer. Fijnstof veroorzaakt gezondheidsschade wanneer het wordt ingeademd. PM10 kan rechtstreeks door bronnen worden uitgestoten of in de lucht worden gevormd uit andere stoffen, zoals NO2 en SO2. In het eerste geval spreken we van emissies, in het laatste geval van secundair fijnstof. Secundair fijnstof draagt bij aan de buitenluchtconcentratie (in μg/m3) van fijnstof. PM10 kan worden onderverdeeld in PM10-verbranding en PM10-slijtage.
- PM10-verbranding/verbrandingsfijnstof ontstaat bij het verbrandingsproces in de motoren van voer-, vaar- en vliegtuigen. Deze vorm van PM10 komt uit de uitlaat (‘tailpipe’). Het zijn merendeels de kleinere deeltjes binnen PM10.
- PM10-slijtage/slijtagefijnstof ontstaat bij het slijten van remmen, banden, wegdekken, bovenleidingen (van treinen) en dergelijke en betreft vooral de grovere fractie van PM10.
Stekkervoertuig: Voertuig met een stekker waarmee elektriciteit wordt geladen in een accu. Hieronder vallen twee categorieën:
- Volledig elektrisch voertuig: Rijdt volledig op elektriciteit; heeft alleen een elektromotor voor de aandrijving;
- Plug-inhybride: Rijdt zowel op elektriciteit (die in de accu wordt geladen via een stekker) als op brandstof (die wordt getankt); heeft zowel een elektromotor als een verbrandingsmotor voor de aandrijving; de motoren worden afzonderlijk ingezet.
Hybride voertuig: Heeft geen stekker, maar wordt alleen gevoed met brandstof; heeft zowel een verbrandingsmotor als een elektromotor en (kleine) accu aan boord. De accu wordt tijdens het rijden opgeladen door een generator die wordt aangedreven door de verbrandingsmotor.
Brandstofcel-elektrisch voertuig: voertuig met brandstofcelsysteem aan boord, waarmee getankte waterstof wordt omgezet in elektriciteit voor een elektromotor.
CBS (2026a). CBS Statline, Overledenen; doden door verkeersongeval in Nederland, wijze van deelname. 9 april 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/71936ned/table?dl=C4294
CBS (2026b). CBS Statline, Aardoliegrondstoffen- en aardolieproductenbalans; aanbod en verbruik’; Grondstoffen en producten: ‘Motorbenzine’, ‘Vliegtuigbenzine’, ‘Vliegtuigkerosine’, ‘Diesel’, ‘Gasolie/lichte stookolie (scheepsdiesel)’, ‘Totaal stookolie’. 28 augustus 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84596NED/table?dl=90AA1
CBS (2026c).CBS Statline, Verbrandingswaarden motorbrandstoffen; energiedrager. 12 juni 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85365NED/table?dl=D9F52
CBS (2026d). CBS Statline, Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik. 12 juni 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83140NED/table?dl=D7738
CBS (2026e). CBS Statline, Emissies van broeikasgassen berekend volgens IPCC-voorschriften. 3 september 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85669NED/table?dl=D6535
CBS (2026f). CBS Statline, Verkeersprestaties motorvoertuigen; kilometers, voertuigsoort, grondgebied. 3 november 2025. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85395NED/table?dl=65EAC
CBS (2026g). Voorlopige cijfers verkeersprestaties, 2024-2025. https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2026/14/voorlopige-cijfers-verkeersprestaties-2024-2025
CBS (2026h). CBS Statline, Emissies van broeikasgassen berekend volgens IPCC-voorschriften. 3 september 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85669NED/table?dl=D9F59
CBS (2026i). CBS Statline, Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik. 12 juni 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83140NED/table?dl=DDB43
CBS (2026j). CBS Statline, Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied; wegverkeer. 3 september 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85347NED/table?dl=D9F60
CBS (2026k). CBS Statline, Motorvoertuigen actief; type, leeftijdsklasse, 1 januari. 13 februari 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85243NED/table?dl=D6D60
CBS (2026l). CBS Statline, Personenauto's actief; voertuigkenmerken, regio's, 1 januari. 13 februari 2026. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85237NED/table?dl=75C1F
DfT (2015). Reported road casualties Great Britain: 2015 annual report. Geraadpleegd via https://assets.publishing.service.gov.uk/media/5a7f62b840f0b62305b86d3b/rrcgb2015-03.pdf. Londen: Department for Transport (DfT)
IPCC (2021). Climate Change 2021: The Physical Science Basis. Contribution of Working Group I to the Sixth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change [Masson-Delmotte, V., P. Zhai, A. Pirani, S.L. Connors, C. Péan, S. Berger, N. Caud, Y. Chen, L. Goldfarb, M.I. Gomis, M. Huang, K. Leitzell, E. Lonnoy, J.B.R. Matthews, T.K. Maycock, T. Waterfield, O. Yelekçi, R. Yu, and B. Zhou (eds.)]. Cambridge University Press, Cambridge, United Kingdom and New York, NY, USA, 2391 pp. doi:10.1017/9781009157896
NEa (2026a). Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2 emissiefactoren, versie januari 2026. https://www.emissieautoriteit.nl/documenten/2026/03/04/standaardwaarden-nir-2025. Den Haag: Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)
NEa (2026b). Rapportage Hernieuwbare Energie voor Vervoer 2025. Den Haag: Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)
PBL (2026). Klimaat- en Energieverkenning 2026. Den Haag: Planbureau voor de leefomgeving
RVO (2026a). Personenauto’s. Download 9 augustus 2026. https://duurzamemobiliteit.databank.nl/mosaic/nl-nl/elektrisch-vervoer/personenauto-s
RVO (2026b). Lichte bedrijfsvoertuigen. Download 9 augustus 2026. https://duurzamemobiliteit.databank.nl/mosaic/nl-nl/elektrisch-vervoer/lichte-bedrijfsvoertuigen
RVO (2026c). Zware bedrijfsvoertuigen. Download 9 augustus 2026. https://duurzamemobiliteit.databank.nl/mosaic/nl-nl/elektrisch-vervoer/zware-bedrijfsvoertuigen
SWOV (2025). Ernstig verkeersgewonden 2024. Schatting van het aantal ernstig verkeersgewonden in 2024. R-2025-20. Den Haag: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV)
1 Gegevens voor 2025 zijn op dit moment nog niet beschikbaar, maar worden later dit jaar hier door swov.nl gepubliceerd.
2 'Grenstanken’ vertekent het beeld van de emissies per afgelegde afstand, doordat de emissies van de in het buitenland getankte brandstof aan dat buitenland worden toegerekend, ook als de brandstof wordt gebruikt om afstanden in Nederland af te leggen.
3 Van 0 PJ gedurende de periode 2015-2021 steeg het biokerosinegebruik in 4 jaar tijd van 0,9 PJ in 2022 naar 2,6 PJ in 2023, 5,1 PJ in 2024 en 13,7 PJ in 2025 (CBS, 2026i). Op het totale kerosinegebruik is dat respectievelijk 0,7%, 1,8%, 3,4% en 9,0%. De sterke toename in het laatste jaar komt door een combinatie van een Europese bijmengverplichting die sinds 2025 geldt en specifiek Nederlands beleid, dat brandstofleveranciers – in 2025 voor het laatst - extra beloont voor de levering van biokerosine (NEa, 2026b).
4 PM10-verbranding is het fijnstof als gevolg van verbrandingsprocessen en wordt veroorzaakt door voertuigen met een verbrandingsmotor. PM10-slijtage is het fijnstof dat ontstaat door het slijten van remmen, banden en wegdek van wegvoertuigen; hieraan dragen alle wegvoertuigen bij (al dan niet met verbrandingsmotor). PM10-slijtage verschilt niet alleen in oorsprong, maar ook in gezondheidseffecten van PM10-verbranding. Daarom is het zinvol om ze apart weer te geven.
