Verkeersveiligheid

  • Het aantal verkeersdoden is gestegen van 675 in 2024 naar 759 in 2025 (zie Kerngegevens ‘Verkeersveiligheid’), een stijging van 12%. Over de periode 2015-2025 is er sprake van een stijgende trend. Het aantal verkeersdoden in 2025 lag 22% boven dat in 2025 (621 doden).
  • De ontwikkeling verschilt sterk per vervoerwijze (figuur 1). Vooral onder fietsers is sprake van een toename van het aantal verkeersdoden (+52% in 2025 ten opzichte van 2015). De afgelegde afstand met de fiets in die periode is veel minder hard gestegen (+9%, zie hoofdstuk Personenmobiliteit). Ook het aandeel van fietsers in het totaal aantal verkeersdoden is toegenomen (37% in 2025 tegenover 30% in 2015). Bij inzittenden van personenauto’s zien we geen vergelijkbare stijging: het aantal verkeersdoden in deze groep was in 2025 (228) ongeveer even groot als in 2015 (224), terwijl hun aandeel in het totaal daalde van 36% in 2015 naar 30% in 2025.
  • Voor 2025 zijn nog geen gegevens over het aantal ernstig en matig ernstig gewonden bekend1. Het aantal ernstig verkeersgewonden is gestegen van 7.400 in 2023 naar 7.800 in 2024; het aantal matig ernstig verkeersgewonden is gestegen van 18.300 in 2023 naar 18.800 in 2024 (zie Kerngegevens ‘Verkeersveiligheid’).

Figuur 1 Ontwikkeling verkeersdoden per vervoerwijze, 2015-2025

Bron: CBS (2026a)

Leefomgeving

Energiegebruik

  • In 2025 gebruikte mobiliteit in totaal 1004 PJ energie, waarvan 2% elektriciteit en 98% brandstoffen (van zowel fossiele als niet-fossiele oorsprong). Dit gebruik is bepaald aan de hand van wat er binnen Nederland wordt getankt en (elektrisch) geladen. Ten opzichte van 2024 daalde het totale energiegebruik met 2% (25 PJ). Ten opzichte van 2015 gebruikte de mobiliteitssector in 2025 6% minder energie.
  • In het wegverkeer daalde met name het gebruik van diesel (-8% in 2025 ten opzichte van 2024; -27% ten opzichte van 2015). Dit is in lijn met de sinds 2015 grote afname van het aantal dieselauto’s. Het benzinegebruik van het wegverkeer was in 2025 1% lager dan in 2024 en 11% hoger dan in 2015. Het aantal voertuigen dat geheel op benzine rijdt – benzineauto’s en gewone hybrides – is sinds 2018 met 9% gegroeid, terwijl het benzinegebruik in die periode 2% steeg. Dat het aantal voertuigen dat benzine gebruikt meer toenam dan het benzinegebruik komt doordat het aandeel van de, relatief zuinige, hybrides sterk groeide (zie verderop onder Samenstelling wagenpark personenauto’s).
  • De binnenvaart gebruikte in 2025 4% minder energie (diesel) dan in 2024 en 7% minder dan in 2015. De zeevaart gebruikte in 2025 3% minder energie dan in 2024; deze daling kwam volledig door minder gebruik van stookolie, want het gebruik van (scheeps)diesel en aardgas steeg juist. Ten opzichte van 2015 gebruikte de zeevaart in 2025 5% minder energie. 
  • Het elektriciteitsgebruik in 2025 kwam voor 1/3 voor rekening van het spoorverkeer en voor 2/3 van het wegverkeer. Het elektriciteitsgebruik van het spoorverkeer is al jaren stabiel rond 6 PJ/jaar, terwijl dat van het wegverkeer groeide tussen 2024 en 2025 (van 9,9 naar 12,3 PJ) door een groei van het aantal voertuigen dat geheel of deels op elektriciteit rijdt (zie Samenstelling wagenpark personenauto’s en Bestel- en vrachtauto’s met alternatieve aandrijving).

Figuur 2 Energiegebruik per vervoerwijze in 2015, 2019, 2023, 2024 en 2025

Bronnen: CBS (2026b, 2026c, 2026d); verbrandingswaarde vliegtuigkerosine: NEa (2026a); berekening KiM

Toelichting: Het gaat om het energiegebruik op basis van tanken en laden in Nederland, van mobiliteit exclusief mobiele werktuigen, maar inclusief internationale lucht- en zeevaart. Waarden voor 2024 en 2025 zijn voorlopig. 

Binnenlandse broeikasgasemissies mobiliteit

Volgens de IPCC-methode stootte mobiliteit binnen Nederland in totaal 2025 28,6 Mt CO2-equivalenten aan broeikasgassen uit (figuur 3). Onder mobiliteit vallen behalve voertuigen ook mobiele werktuigen (zoals landbouwtrekkers, vorkheftrucks en (wegen)bouwmachines).

  • Binnen mobiliteit nam het wegverkeer met 23,4 Mt (zie Kerngegevens ‘Leefomgeving’) het grootste deel voor zijn rekening, namelijk 82%. De broeikasgasemissies van het wegverkeer waren in 2025 3% lager dan in 2024 (24,1 Mt) en 16% lager dan in 2015 (28,0 Mt) (zie Kerngegevens ‘Leefomgeving’ en figuur 4).
  • De broeikasgasemissies van het wegverkeer laten per afgelegde afstand een duidelijke daling zien (figuur 4). De oorzaak hiervan hebben we niet nader onderzocht, maar aannemelijk is dat er een verband is met de toename van het aantal voertuigen dat geheel of deels op elektriciteit rijdt (zie later in dit hoofdstuk onder Samenstelling wagenpark personenauto’s en Bestel- en vrachtauto’s met alternatieve aandrijving) en met een stijgend gebruik van biobrandstof door het wegverkeer (NEa, 2026b). Verder kan ook een toename van ‘grenstanken’, Nederlandse automobilisten die over de grens tanken omdat brandstof daar goedkoper is, een rol hebben gespeeld.2

Figuur 3 Binnenlandse broeikasgasemissies van mobiliteit versus die van stationaire bronnen (Mt CO2-eq)

Bron: CBS (2026e)

Toelichting: Het gaat om emissies volgens de IPCC-methode. De zeevaart telt in de IPCC-systematiek niet mee; binnenvaart en luchtvaart tellen alleen mee voor zover het reizen met herkomst en bestemming binnen Nederland betreft; bij luchtvaart gaat het bovendien alleen om de emissies tijdens stijgen en landen. Stationaire bronnen zijn alle niet-mobiele bronnen: industrie, energiesector, landbouw en gebouwde omgeving. Data voor 2025 zijn voorlopig.

Broeikasgasemissies lucht- en scheepvaart

  • De IPCC-emissies (figuur 3) geven geen volledig beeld van de broeikasgasemissies van mobiliteit, omdat daarin luchtvaart en scheepvaart (zee- en binnenvaart) niet of slechts gedeeltelijk worden meegenomen. Figuur 5 geeft de broeikasgasemissies van lucht- en scheepvaart op basis van het inslaan van brandstof (‘bunkeren’) in Nederland. Het gaat om de internationale lucht- en scheepvaart, dat wil zeggen: vertrekkend vanuit Nederland met een bestemming in het buitenland.

Beeld: Bronnen: CBS (2026e, 2026f, 2026g); berekening KiM

Figuur 4 Broeikasgasemissies van het wegverkeer versus de wegverkeersprestatie binnen Nederland

Figuur 5 Broeikasgasemissies internationale lucht- en scheepvaart (Mt CO2-eq)

Bron: CBS (2026h)

Toelichting: Het gaat om de emissies op basis van inslaan van brandstof in Nederland. Scheepvaart betreft zowel zee- als binnenvaart. De gegevens voor 2025 zijn voorlopig.

  • De broeikasgasemissies van de internationale luchtvaart op basis van inslaan van brandstof (‘bunkeren’) in Nederland waren in 2025 10,0 Mt CO2-eq. Dit is 5% minder dan in 2024 (10,5 Mt) en 13% minder dan in 2015 (11,5 Mt). Deze ontwikkeling verschilt met die van het energiegebruik van de luchtvaart, dat tussen 2024 en 2025 steeg met 1,3% en tussen 2015 en 2025 daalde met in totaal 4% (zie figuur 2). Het verschil in ontwikkeling tussen enerzijds energiegebruik en anderzijds broeikasgasuitstoot past bij een toename in het gebruik van biokerosine.3 Biokerosine geldt statistisch als ‘zero-emissie’.
  • De broeikasgasemissies van de internationale scheepvaart (zee- en binnenvaart) op basis van inslaan van brandstof in Nederland bedroegen in 2025 36,0 Mt CO2-eq, 1% minder dan in 2024 (36,4 Mt) en 7% minder dan in 2015 (38,7 Mt). De emissies van de zeevaart zijn hierin veruit de grootste post, de binnenvaartemissies zijn substantieel lager (PBL, 2026).

Wegverkeer emissies NOx en fijnstof

  • In 2025 stootte het wegverkeer 7% minder NOx, 9% minder PM10-verbranding en 2% meer PM10-slijtage4 uit dan in 2024 (CBS, 2026j); zie Kerngegevens ‘Leefomgeving’. Ten opzichte van 2015 stoot het wegverkeer 40% minder NOx, 58% minder PM10-verbranding en 16% meer PM10-slijtage uit. De gegevens voor 2025 zijn voorlopig.
  • De grotere uitstoot van PM10-slijtage in 2025 ten opzichte van 2024 is in lijn met de grotere omvang van het wegverkeer in 2025 in vergelijking met 2024; er is dan immers ook meer slijtage van banden, remmen en wegdek. De daling bij NOx en PM10-verbranding komt vooral op het conto van gemiddeld schoner wordende voertuigen.

Samenstelling wagenpark personenauto’s

  • Het aantal personenauto’s in Nederland groeide in 2025 met in totaal 168 duizend voertuigen ten opzichte van 2024 (tabel 4.1). Daarmee bestond het wagenpark eind 2025 uit 9,4 miljoen personenauto’s (CBS, 2026k).
  • De verschuiving naar stekkervoertuigen zette in 2025 door: ten opzichte van 2024 nam het aantal volledig elektrische auto’s toe met 123 duizend en het aantal plug-inhybrides met 147 duizend. Daarnaast groeide ook het aantal gewone hybrides, dus zonder stekker, sterk (+133 duizend). Daartegenover stond een afname van de aantallen standaard benzine- en dieselauto’s met respectievelijk 147 en 82 duizend (CBS, 2026l; RVO, 2026a).
  • In totaal hadden eind 2025 1,2 miljoen voertuigen een stekker (RVO, 2026a) (tabel 1). Het aantal brandstofcel-elektrische personenauto’s was met 647 zeer bescheiden.
  • Ten opzichte van 2018, het eerste jaar van een nieuwe registratie van CBS en RVO, daalde het aantal dieselauto’s met 54%, bleef het aantal gewone benzineauto’s vrijwel gelijk en namen het aantal hybride, volledig elektrische en plug-inhybride personenauto’s toe met een factor 5 (hybrides), 16 (volledig elektrisch) en 6 (plug-inhybrides).

Tabel 1 Ontwikkeling wagenpark personenauto’s naar brandstof en aandrijflijn, 2018-2025

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Diesel

1.259.923

1.177.559

1.065.483

970.764

860.021

757.422

664.475

582.363

Benzine

6.737.848

6.883.818

6.980.743

7.023.176

6.992.291

6.950.879

6.861.660

6.714.524

Hybride

176.341

205.461

255.930

344.815

445.961

555.426

689.072

821.723

Volledig elektrisch

43.279

104.544

171.751

241.968

324.547

435.745

557.832

680.793

Plug-inhybride

94.691

91.912

98.441

138.203

187.378

263.339

374.237

520.821

Brandstofcel-elektrisch

49

205

363

486

596

616

632

647

Lpg/cng/onbekend/overig

130.900

121.097

114.071

108.783

106.909

104.582

100.534

95.316

Totaal

8.442.982

8.584.391

8.686.419

8.827.709

8.917.107

9.067.393

9.247.810

9.415.540

Toelichting: de peildatum is 31 december van elk jaar. Bronnen: CBS (2026l), RVO (2026a)

Bestel- en vrachtauto’s met stekker of brandstofcel

  • Sinds 2018, het eerste jaar van een nieuwe registratie van het CBS en RVO, is zowel het aantal bestelauto’s als het aantal vrachtauto’s met een stekker of brandstofcel met een factor 17 toegenomen; bij beide ging het voornamelijk om (een toename van) volledig elektrische voertuigen en speelde het aantal plug-inhybrides en brandstofcel-elektrische voertuigen een veel kleinere rol (tabellen 2 en 3).
  • Op het totale wagenpark van bestelauto’s en vrachtauto’s was het aandeel van volledig elektrische voertuigen in 2025 5,1% respectievelijk 1,4% (RVO, 2026b, 2026c, gecombineerd met CBS, 2026k) (zie Kerngegevens ‘Leefomgeving’).

Tabel 2 Ontwikkeling aantal volledig elektrische, plug-inhybride en brandstofcel-elektrische bestelauto’s, 2018-2025

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Volledig elektrisch

3.163

4.493

6.054

9.083

13.772

24.387

36.185

52.242

Plug-inhybride

8

8

35

83

134

165

609

1.777

Brandstofcel-elektrisch

6

7

14

15

16

23

40

40

Totaal

3.177

4.508

6.103

9.181

13.922

24.575

36.834

54.059

Toelichting: de peildatum is 31 december van elk jaar. Bron: RVO (2026b)

Tabel 3 Ontwikkeling aantal volledig elektrische, plug-inhybride en brandstofcel-elektrische vrachtauto’s, 2018-2025

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Volledig elektrisch

89

94

112

174

261

659

1.203

2.140

Plug-inhybride

46

47

41

48

56

73

93

87

Brandstofcel-elektrisch

2

5

9

15

29

37

49

52

Totaal

137

146

162

237

346

769

1.345

2.279

Toelichting: de peildatum is 31 december van elk jaar. Bron: RVO (2026c)

Begrippen, referenties en voetnoten